Home / Kennisbank / Leesbaarheid van webteksten: schrijven zodat iedereen je volgt

Leesbaarheid van webteksten: schrijven zodat iedereen je volgt

Waarom vakinhoud op een scherm anders leest, en welke keuzes in zinsbouw, opbouw en vormgeving je pagina merkbaar toegankelijker maken.

Je hebt een pagina geschreven waar je tevreden over bent. De inhoud klopt, je kent het onderwerp, en alles wat erin staat is waar. Toch haken bezoekers af binnen twintig seconden. Dat is een frustrerende ervaring, en het ligt zelden aan wat je zegt. Het ligt bijna altijd aan hoe het op het scherm staat. De leesbaarheid van webteksten is een apart vak, en het verschilt wezenlijk van goed schrijven op papier.

Wat we bij veel dienstverleners zien, is dat de kennis er wel is maar dat de vertaalslag ontbreekt. Iemand schrijft zoals hij een rapport of een offerte schrijft: netjes, volledig, met lange zinnen en veel voorbehoud. Op papier werkt dat, want daar leest iemand rustig en van voor naar achter. Op een scherm werkt het niet, want daar scant iemand eerst en beslist binnen een paar tellen of hij blijft.

In dit stuk kijken we samen naar wat leesbaarheid op het web echt inhoudt. Niet als een lijst regels over zinslengte, maar als een manier om je lezer door je tekst te helpen. We gaan in op zinsbouw, opbouw, woordkeuze en vormgeving, en op de plekken waar het bij vakmensen het vaakst misgaat.

Wat leesbaarheid op het web betekent

Leesbaarheid is hoe makkelijk iemand jouw tekst tot zich neemt. Dat is iets anders dan of de tekst goed geschreven is. Een prachtig geformuleerde zin kan slecht leesbaar zijn, en een simpele zin kan precies raak zijn.

Op het web komt daar iets bij. Mensen lezen daar anders: ze scannen eerst de koppen, de eerste woorden van alinea’s en alles wat opvalt. Pas als iets hun aandacht trekt, gaan ze echt lezen. Je tekst moet dus twee keer werken, één keer voor de scanner en één keer voor de lezer.

Dat betekent niet dat je alles moet inkorten. Lange artikelen worden prima gelezen, mits ze goed zijn opgebouwd. Wat je wilt voorkomen, is dat iemand moeite moet doen om te snappen waar hij is en of dit stuk over zijn vraag gaat.

Een bruikbare toets: kan iemand die alleen je koppen leest, navertellen waar de pagina over gaat? Zo ja, dan zit je opbouw goed. Zo nee, dan is de rest van je werk aan die tekst grotendeels verspild.

Waarom vakmensen hier zo vaak op vastlopen

Hoe meer je van een onderwerp weet, hoe lastiger het wordt om er eenvoudig over te schrijven. Dat is geen gebrek aan taalgevoel maar een bijwerking van kennis. Je ziet alle nuances en uitzonderingen, en je wilt ze allemaal noemen omdat weglaten voelt als onnauwkeurig zijn.

Daar komt bij dat vakjargon in je eigen omgeving gewoon werkt. Onder collega’s is “verzuimbegeleiding conform de Wet verbetering poortwachter” een normale zin. Voor een ondernemer die net zijn eerste zieke medewerker heeft, is het een muur.

Wij merken dat de weerstand tegen eenvoudiger schrijven vaak zit in de angst om dom over te komen. Alsof korte zinnen betekenen dat je het niet snapt. In de praktijk werkt het precies andersom: iemand die een ingewikkeld onderwerp in gewone taal kan uitleggen, komt over als iemand die het echt beheerst.

Eenvoudig schrijven over iets ingewikkelds is het bewijs dat je het snapt, niet het tegendeel.

Zinnen die makkelijk binnenkomen

De grootste winst zit in zinsbouw. Niet in de lengte alleen, maar in de structuur. Een zin van vijfentwintig woorden kan prima lezen als hij één gedachte bevat en netjes van links naar rechts loopt.

Wat het lezen zwaar maakt, is een zin waarin de kern pas aan het eind komt. “Wanneer u als werkgever, na overleg met de bedrijfsarts en met inachtneming van de geldende termijnen, tot de conclusie komt dat re-integratie in het eigen werk niet haalbaar is, dient u een tweede spoor te starten.” De lezer moet alles onthouden voordat hij weet waar het heen gaat.

Draai zo’n zin om en zet de kern voorop. “U start een tweede spoor zodra duidelijk is dat de medewerker niet terugkomt in zijn eigen functie. Dat bepaalt u samen met de bedrijfsarts.” Twee zinnen, dezelfde inhoud, veel minder inspanning.

Wissel daarbij wel af in lengte. Alleen maar korte zinnen achter elkaar lezen ook vermoeiend, want dan mist de tekst ritme. Een paar langere zinnen tussen kortere door maken het geheel juist prettiger.

Gratis eguide

De 5 aanpakken achter een vaste stroom aanvragen

Dit is wat we bij dienstverleners keer op keer zien werken, van de eerste zoekopdracht tot de aanvraag in je mailbox. Je krijgt de guide meteen in je mail en betaalt er niets voor.

Stuur mij de guide

Woorden die je lezer niet ophouden

Het advies om jargon te vermijden is bekend, maar het gaat verder dan vaktermen. Ook gewone woorden kunnen te zwaar zijn. “Implementeren” doet hetzelfde werk als “invoeren”, maar kost de lezer een fractie meer moeite. Over een hele pagina telt dat op.

Let vooral op naamwoordstijl: het gebruik van zelfstandige naamwoorden waar een werkwoord bedoeld wordt. “Het uitvoeren van de controle vindt plaats op maandag” is stroperig. “We controleren op maandag” niet. Dit is het patroon dat zakelijke teksten het meest verstopt.

Vaktermen mag je gebruiken als je ze uitlegt. Sterker nog: je moet ze soms gebruiken, want mensen zoeken erop. Noem de term, geef er in gewone woorden achteraan bij wat hij betekent, en gebruik daarna de gewone woorden.

Dat is meteen goed voor je vindbaarheid. Zoekmachines en AI-modellen begrijpen beter waar je pagina over gaat als je de term én de uitleg geeft. Op onze pagina over content SEO gaan we dieper in op die combinatie.

Opbouw: koppen, alinea’s en witruimte

De opbouw doet meer voor de leesbaarheid dan alle zinsniveau-tips bij elkaar. Als iemand op je pagina landt en meteen ziet hoe het stuk in elkaar zit, is hij al half binnen.

Koppen zijn daarin het belangrijkst. Een goede kop vertelt wat er in die sectie staat, in gewone woorden. “Kosten” is een label. “Wat een verzuimtraject je per medewerker kost” is een kop waar iemand iets aan heeft. Het scheelt niet veel typewerk en het maakt je pagina scanbaar.

Alinea’s houd je bij één gedachte per alinea. Drie tot vijf zinnen is een prettige lengte op een scherm. Langer wordt een blok tekst waar het oog geen houvast in vindt, korter maakt de pagina hakkelig.

Witruimte is geen verspilde ruimte. De marge om je tekst heen, de afstand tussen alinea’s en de regelafstand bepalen mede hoe zwaar een pagina aanvoelt. Een tekst met ruimte eromheen leest merkbaar makkelijker dan dezelfde tekst dicht op elkaar.

Regellengte is een onderschat detail

Een regel die over de volle breedte van een breed scherm loopt, is lastig te volgen. Je oog moet ver terugspringen naar het begin van de volgende regel, en dan raak je makkelijk de draad kwijt. Rond de vijfenzestig tot vijfenzeventig tekens per regel is voor de meeste mensen prettig.

Op de meeste websites is dat een instelling van een paar minuten. Het is een van de goedkoopste verbeteringen die je aan een tekstpagina kunt doen.

Wat leesbaarheidsscores wel en niet zeggen

Er zijn tools die je tekst een cijfer geven, vaak op basis van zinslengte en woordlengte. Yoast doet dat, Word doet dat, en er zijn losse diensten voor. Die scores zijn nuttig als signaal en gevaarlijk als doel.

Nuttig, omdat ze je wijzen op passages waar je onbewust in de zware stand schoot. Een sectie die er rood uitspringt terwijl de rest groen is, verdient meestal een tweede blik. Dat is precies waar zo’n meting goed in is.

Gevaarlijk, omdat een hoge score niets zegt over of je tekst iets betekent. Je kunt een volslagen inhoudsloze pagina naar een prachtige score schrijven door alle zinnen kort te maken. Andersom kan een uitstekende tekst laag scoren omdat het onderwerp nu eenmaal lange begrippen kent.

Behandel de score daarom als een lampje op je dashboard. Het gaat aan, je kijkt even, en dan beslis jij of er iets moet gebeuren. Niet andersom.

Leesbaarheid en toegankelijkheid lopen samen op

Er is een groep lezers waar bijna nooit aan gedacht wordt: mensen die moeite hebben met lezen. In Nederland gaat het om ongeveer twee en een half miljoen mensen die laaggeletterd zijn, en daarnaast om iedereen met dyslexie, met een taalachterstand of met een tijdelijk slechte dag.

Wat voor hen werkt, werkt voor iedereen. Korte zinnen, duidelijke koppen, genoeg contrast tussen tekst en achtergrond, en een lettergrootte die je niet dwingt om in te zoomen. Dat zijn geen concessies aan de kwaliteit, het is gewoon beter vormgegeven.

Let daarbij ook op mobiel. Ruim de helft van je bezoekers leest op een telefoon, vaak onderweg, vaak met één hand. Een tekst die op een groot scherm prima oogt, kan op een telefoon een eindeloze sliert worden. Lees je eigen pagina’s daar dus ook, dat is een oefening die altijd iets oplevert.

Contrast is een punt waar veel mooie websites op struikelen. Lichtgrijze tekst op een witte achtergrond ziet er rustig uit in het ontwerp en is buiten in de zon onleesbaar.

Hoe dit samenwerkt met je vindbaarheid

Leesbaarheid en vindbaarheid worden vaak als twee losse dingen behandeld, alsof je moet kiezen tussen schrijven voor mensen en schrijven voor zoekmachines. Die tegenstelling klopt al jaren niet meer.

Google kijkt naar hoe mensen zich op je pagina gedragen. Als iemand binnen tien seconden terugklikt naar de zoekresultaten, is dat een signaal dat je pagina niet gaf wat er gezocht werd. Een goed leesbare pagina houdt mensen langer vast, en dat werkt in je voordeel.

Bij AI-zoekmachines zoals ChatGPT en Perplexity speelt iets vergelijkbaars. Die modellen halen antwoorden uit pagina’s met een heldere structuur en duidelijke formuleringen. Een pagina waarin de kern in gewone taal staat, wordt eerder als bron gebruikt dan een pagina waarin het antwoord verstopt zit in een lange alinea.

Zo werkt leesbaarheid door in alle drie de zoek-werelden waar wij mee werken: Google, Meta en AI. Dat is de gedachte achter Triple Search Marketing: dezelfde heldere tekst doet op drie plekken zijn werk.

Wat we vaak zien misgaan

De eerste valkuil is de introductie die niet begint. Drie alinea’s over hoe belangrijk het onderwerp is, voordat er iets concreets staat. De lezer kwam met een vraag en krijgt eerst een aanloop. Begin met waar het over gaat.

De tweede is de opsomming die geen opsomming had moeten zijn. Bullets werken als je losse items opsomt. Zodra elk punt uit twee zinnen bestaat, is het gewoon een alinea in vermomming en leest het slechter dan lopende tekst.

De derde is vet gebruiken tot het niets meer betekent. Als er in elke alinea drie woorden vet staan, valt niets meer op. Bewaar het voor het woord dat echt telt.

De vierde zien we bij bedrijven die hun teksten door meerdere mensen laten nakijken. Elke ronde voegt een voorbehoud toe, een precisering, een uitzondering. Na drie rondes is de tekst juridisch waterdicht en niet meer te lezen. Wijs daarom één iemand aan die aan het eind mag schrappen.

Hoe je een bestaande pagina verbetert

Je hoeft niet alles opnieuw te schrijven. De meeste pagina’s worden merkbaar beter met een half uur werk, mits je in de goede volgorde kijkt.

Begin bij de koppen. Lees alleen de koppen achter elkaar en kijk of daar een logisch verhaal in zit. Herschrijf de koppen die niets zeggen. Dat alleen al maakt de pagina scanbaar en het kost je tien minuten.

Kijk daarna naar de eerste alinea. Staat daar meteen waar het over gaat, of moet de lezer eerst door een aanloop heen? Verplaats de kern naar voren en schrap wat ervoor stond.

Loop tot slot de langste alinea’s na. Een alinea van meer dan zeven regels bevat bijna altijd twee gedachten die je kunt splitsen. Dat is mechanisch werk en het helpt direct. Wil je dit systematisch aanpakken over je hele site, dan helpt een blik op je data om te bepalen welke pagina’s die aandacht het hardst verdienen.

Veelgestelde vragen over leesbaarheid van webteksten

Wat is een goede zinslengte voor webteksten?

Gemiddeld vijftien tot twintig woorden per zin leest voor de meeste mensen prettig. Belangrijker dan het gemiddelde is de afwisseling: alleen korte zinnen wordt hakkelig, alleen lange zinnen wordt zwaar. Let vooral op zinnen waar de kern pas aan het eind komt, want die kosten de lezer de meeste moeite, ongeacht hun lengte.

Hoe meet je de leesbaarheid van een tekst?

Er zijn formules die kijken naar zinslengte en woordlengte, en tools zoals Yoast die daar een score op baseren. Die score is bruikbaar als signaal: hij wijst je op passages die uit de toon vallen. Hij zegt niets over of je tekst klopt of iets betekent. Laat een collega die niet in je vak zit meelezen, dat levert meer op.

Op welk taalniveau moet ik webteksten schrijven?

Voor algemene doelgroepen wordt taalniveau B1 aangeraden: begrijpelijk voor ongeveer tachtig procent van de Nederlanders. Voor vakinhoudelijke pagina’s mag je hoger gaan, mits je vaktermen uitlegt op het moment dat je ze introduceert. Het niveau van je lezer telt, niet het niveau van je vak.

Helpt leesbaarheid ook voor SEO?

Indirect en behoorlijk sterk. Zoekmachines meten hoe mensen zich op je pagina gedragen, en een pagina waar bezoekers snel weer weg zijn doet het slechter. Daarnaast halen AI-zoekmachines hun antwoorden bij voorkeur uit pagina’s met een heldere structuur. Beter leesbaar maken is dus vrijwel altijd ook beter vindbaar maken.

Hoe lang mag een alinea op een website zijn?

Drie tot vijf zinnen werkt op een scherm het beste, met één gedachte per alinea. Op mobiel valt een alinea van vijf zinnen al snel over meerdere schermhoogtes, dus controleer je pagina’s ook op een telefoon. Wordt een alinea langer dan zeven regels, dan zitten er meestal twee gedachten in die je kunt splitsen.

Wij zien vaak dat de kennis en de inhoud er allang zijn, maar dat de pagina’s niet doen wat ze zouden kunnen doen. Wil je hier samen naar kijken en ontdekken welke van jouw pagina’s het meeste laten liggen? Plan een strategiegesprek. Geen verplichtingen, gewoon een uur samen door je teksten heen.

Zullen we samen kijken wat er te winnen valt?

Kies hieronder zelf een moment dat je uitkomt. In ongeveer 45 minuten lopen we samen je site en je cijfers door, en je hoort concreet wat er als eerste te winnen valt. Je zit nergens aan vast.

De agenda opent in beeld, je blijft op deze pagina.

← Terug naar kennisbank

Klaar om jouw online groei strategisch aan te pakken?!

Dit artikel is geschreven door Demi Koot, online marketing strateeg en oprichter van The Success Agency. Met ruim 10 jaar ervaring helpt Demi gepassioneerde dienstverleners aan meer zichtbaarheid, meer aanvragen en duurzame groei op een manier die overzichtelijk, effectief en haalbaar blijft.

Gratis strategiegesprek