Iedereen kent het gevoel. Je zit in een film die na een half uur al tegenvalt, maar je blijft zitten omdat je het kaartje nu eenmaal hebt betaald. Of je houdt een softwarepakket aan waar niemand op kantoor blij mee is, omdat de implementatie zoveel tijd en geld heeft gekost. Dat gevoel heeft een naam: de sunk cost fallacy, in het Nederlands de valkuil van de verzonken kosten. Het is een van de meest voorkomende denkfouten, en hij speelt een grotere rol in marketing en verkoop dan de meeste ondernemers doorhebben.
Wat we vaak zien bij dienstverleners is dat deze denkfout aan twee kanten van de tafel zit. Aan de kant van de klant, die vasthoudt aan een leverancier, een aanpak of een abonnement omdat er al zoveel in is gestoken. En aan de kant van de ondernemer zelf, die doorgaat met een campagne, een website of een kanaal dat allang niet meer oplevert, omdat stoppen zou voelen als toegeven dat het geld weg is.
Hieronder leggen we uit wat de sunk cost fallacy precies is, hoe hij werkt in het hoofd van je klant, hoe je er op een eerlijke manier rekening mee houdt in je marketing en, misschien wel het belangrijkst, hoe je hem bij jezelf herkent als je beslissingen neemt over je eigen marketing.
De sunk cost fallacy in één zin
De sunk cost fallacy is de neiging om door te gaan met iets omdat je er al tijd, geld of moeite in hebt gestoken, ook als doorgaan rationeel gezien geen zin meer heeft. Verzonken kosten zijn kosten die je al hebt gemaakt en niet meer terugkrijgt, wat je ook beslist. Een goede beslissing kijkt alleen naar wat er nog komt: wat kost doorgaan vanaf nu, en wat levert het vanaf nu op?
Het lastige is dat ons brein dat onderscheid niet vanzelf maakt. Het geld dat al weg is, voelt nog steeds als iets wat we moeten “terugverdienen” door door te zetten. Stoppen voelt als verlies, ook al is het verlies allang geleden. De econoom en psycholoog Daniel Kahneman beschreef dit als onderdeel van een bredere afkeer van verlies: we voelen een verlies ongeveer twee keer zo sterk als een even grote winst.
In de praktijk zie je het overal. De ondernemer die een dure website laat bouwen en drie jaar later nog steeds niet durft over te stappen, ook al werkt de site niet. De marketeer die een advertentiecampagne laat doorlopen “omdat we er al zoveel in hebben zitten”. De klant die een abonnement niet opzegt omdat het opzeggen zou betekenen dat de eerste maanden voor niets waren.
Waarom dit voor dienstverleners zo herkenbaar is
Bij dienstverlening gaat het bijna altijd om langere relaties en om keuzes die niet zomaar terug te draaien zijn. Een HR-adviseur die met een bedrijf een nieuw beoordelingssysteem invoert, een advocaat die een zaak begeleidt, een coach die een traject van een half jaar aanbiedt: in al die gevallen investeert de klant tijd, geld en vertrouwen, en gaat die investering meewegen in elke volgende beslissing.
Dat werkt twee kanten op. Het maakt klanten trouwer dan ze rationeel gezien zouden zijn, wat prettig is zolang je goed werk levert. Maar het maakt klanten ook terughoudend om bij een concurrent weg te gaan, ook als die concurrent jij bent en je aanbod beter is. De klant die al drie jaar bij een ander bureau zit, heeft daar een geschiedenis opgebouwd die hij niet zomaar loslaat, zelfs als hij ontevreden is.
Wij merken dat in bijna elk eerste gesprek. Een ondernemer vertelt dat de huidige aanpak niet werkt, en in dezelfde adem waarom hij er toch mee doorgaat: de website heeft veel gekost, het bureau kent het bedrijf inmiddels, de medewerkers zijn net gewend aan het systeem. Het zijn allemaal argumenten die naar het verleden kijken, en geen enkel argument dat naar de toekomst kijkt.
Het verschil met loyaliteit en met doorzettingsvermogen
De sunk cost fallacy wordt vaak verward met twee dingen die wél goed zijn. Het eerste is loyaliteit. Een klant die bij je blijft omdat je goed werk levert, omdat het contact prettig is en omdat overstappen echte nadelen heeft, is loyaal. Dat is een rationele keuze die naar de toekomst kijkt: wat ik nu heb, is beter dan het alternatief. Een klant die blijft omdat hij “er al zoveel in heeft gestoken”, is niet loyaal, die zit vast.
Het tweede is doorzettingsvermogen. Wie een nieuw kanaal opzet, een kennisbank bouwt of aan zijn vindbaarheid werkt, weet dat het resultaat pas na maanden komt. Doorgaan in die periode is geen denkfout, dat is geduld. Het verschil zit in de vraag die je stelt. Doorzetten vraagt: is er goede reden om te verwachten dat dit nog gaat werken? De denkfout vraagt: hoeveel hebben we er al in zitten?
Een handige test is de zogenoemde nul-vraag. Stel dat je vandaag met een schone lei zou beginnen, zonder geschiedenis, zonder eerdere kosten. Zou je dan voor deze aanpak, deze leverancier, dit systeem kiezen? Is het antwoord nee, dan houdt alleen het verleden je vast. Is het antwoord ja, dan is doorgaan een goede keuze, los van wat het al heeft gekost.



Gratis gidsen per branche
Dezelfde aanpak, uitgewerkt voor jouw vak
Voor 25 branches, van advocaten en makelaars tot installateurs en rijscholen. Met de zoekvragen, de klantreis en de cijfers van jouw branche.
Hoe de denkfout werkt in het hoofd van je klant
Wie de sunk cost fallacy in marketing wil begrijpen, moet kijken naar de momenten waarop een klant een beslissing neemt. Het eerste moment is de aankoop zelf. Daar speelt de denkfout nog nauwelijks, want er zijn nog geen verzonken kosten. Het tweede moment is de verlenging of de opzegging. Daar speelt hij volop: de klant weegt niet alleen wat het abonnement nu waard is, maar ook wat het “zonde” zou zijn om te stoppen.
Het derde moment is de overstap naar een concurrent. Daar werkt de denkfout tegen jou als je de nieuwe partij bent. De klant ziet de tijd die hij in de vorige leverancier heeft gestoken als reden om te blijven, ook al zou hij met een schone lei voor jou kiezen. Het vierde moment is de uitbreiding: een klant die al een dienst afneemt, is eerder geneigd een tweede dienst erbij te nemen, deels omdat de relatie al een investering is.
Wie dit begrijpt, ziet dat de denkfout nauw samenhangt met andere patronen die we eerder beschreven, zoals het endowment effect (we hechten meer waarde aan wat al van ons is) en mental accounting (we stoppen geld in hokjes en rekenen per hokje). Samen verklaren ze waarom klanten zelden puur rationeel beslissen over blijven of vertrekken.
Er eerlijk rekening mee houden in je marketing
Je kunt de sunk cost fallacy gebruiken om klanten vast te houden die eigenlijk weg willen. Dat is de manier waarop sportscholen, telecomaanbieders en sommige softwarebedrijven het doen: lange contracten, ingewikkelde opzegprocedures, “je verliest al je gegevens als je stopt”. Het werkt op korte termijn, en het kost je op lange termijn je reputatie. Wij raden het af, en het past niet bij hoe een dienstverlener zaken wil doen.
De eerlijke manier is de omgekeerde: haal de denkfout weg bij de klant die naar jou toe wil komen. Maak overstappen makkelijk. Neem het werk van de vorige leverancier over in plaats van het weg te gooien. Laat zien wat je met de bestaande website, de bestaande content of het bestaande systeem kunt doen, zodat de klant zijn eerdere investering niet als verlies hoeft te zien. “Wat er al ligt, is een goede basis” is een zin die veel deuren opent.
Werk daarnaast met korte, opzegbare afspraken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar een klant die weet dat hij elke maand kan stoppen, hoeft niet bang te zijn dat hij vast komt te zitten. Die beslist op basis van wat je nu levert, en dat is precies waar je wilt dat hij op beslist. Wij werken om die reden zelf maandelijks opzegbaar: het houdt ons scherp en het haalt de spanning uit het eerste gesprek.
Wat je in je teksten kunt doen
In teksten op je website en in gesprekken kun je de nul-vraag letterlijk stellen. “Als je vandaag opnieuw zou beginnen, zou je dan kiezen voor de aanpak die je nu hebt?” Het is een vraag die de klant zelf laat nadenken, zonder dat je iets afkraakt. Vermijd daarbij teksten die de vorige leverancier belachelijk maken, want daarmee maak je de eerdere keuze van de klant belachelijk, en dat werkt averechts.
De denkfout bij jezelf: je eigen marketingkeuzes
De sunk cost fallacy is misschien nog gevaarlijker aan jouw kant van de tafel. Ondernemers houden vast aan een website die nooit heeft opgeleverd, aan een advertentiekanaal dat al een jaar verlies draait, aan een nieuwsbrief die niemand opent, aan een bureau dat geen resultaat laat zien. Niet omdat ze denken dat het gaat werken, maar omdat stoppen voelt als de bevestiging dat het geld weg is.
Wat wij vaak zien is de campagne die “nog even” doorloopt. Er is een budget vastgesteld, de eerste maanden vielen tegen, en in plaats van te stoppen wordt er meer geld tegenaan gegooid om het goed te maken. Dat is het patroon van de gokker die zijn verlies wil terugwinnen. Het einde is bijna altijd hetzelfde: meer verlies, en pas een beslissing als het budget op is.
De oplossing is simpel op papier en lastig in de praktijk: beslis vooraf wanneer je stopt. Spreek bij elke campagne, elk kanaal en elke samenwerking van tevoren af wat het na drie maanden minimaal moet opleveren, en wat je doet als dat niet wordt gehaald. Zo’n afspraak vooraf haalt de emotie uit de beslissing later. Je hoeft dan niet te bepalen of je “opgeeft”, je voert alleen uit wat je zelf had afgesproken.
Hoe je het meet zonder jezelf voor de gek te houden
De sunk cost fallacy overleeft op vage cijfers. Zolang niemand precies weet wat een kanaal kost en oplevert, blijft er ruimte voor “het loopt best aardig” en “we moeten het tijd geven”. Het antwoord is een eenvoudige rekensom per kanaal: wat heeft het de afgelopen drie maanden gekost, inclusief je eigen uren, en hoeveel aanvragen of klanten heeft het opgeleverd? Dat cijfer, de kosten per lead, maakt het gesprek zakelijk.
Belangrijk daarbij is dat je alleen vooruit rekent. Wat de website in 2023 heeft gekost, doet er niet meer toe. Wat ertoe doet, is wat de site de komende twaalf maanden gaat kosten aan onderhoud en gemiste aanvragen, tegenover wat een nieuwe site kost en oplevert. Zet die twee naast elkaar, en de eerdere investering verdwijnt vanzelf uit de vergelijking, zoals het hoort.
Let ook op zachte signalen. Als je merkt dat je een kanaal verdedigt met argumenten die naar het verleden wijzen (“we hebben er zoveel in gestoken”, “we zijn er net mee begonnen”, “het zou zonde zijn”), is dat het moment om even afstand te nemen. Argumenten die naar de toekomst wijzen (“de trend is stijgend”, “de eerste aanvragen komen binnen”, “de kosten per lead dalen”) zijn de enige die tellen.
Wat we vaak zien misgaan
De eerste fout is de denkfout gebruiken als verkooptruc. Klanten opsluiten in lange contracten of afschrikken met “je verliest alles als je stopt” werkt een tijdje, tot de klant er doorheen kijkt. Daarna ben je niet alleen de klant kwijt, maar ook de aanbeveling die hij anders had gedaan. Bij dienstverleners, waar mond-tot-mond het grootste kanaal is, is dat een dure fout.
De tweede fout is de denkfout bij jezelf ontkennen. Bijna iedereen denkt dat hij rationeel beslist over zijn eigen marketing, en bijna niemand doet het. Het helpt om iemand van buiten mee te laten kijken, of om de nul-vraag serieus te stellen bij elke jaarlijkse budgetronde. Niet om alles overboord te gooien, maar om te zien wat er alleen nog staat omdat het er al stond.
De derde fout is te snel stoppen uit angst voor de denkfout. Wie net over de sunk cost fallacy heeft gelezen, ziet hem overal en stopt met dingen die gewoon tijd nodig hebben. Een kennisbank, een LinkedIn-aanwezigheid of een nieuw kanaal levert pas na maanden iets op. Het verschil zit in de verwachting: als je vooraf weet dat het zes maanden duurt en je ziet de tussenstappen kloppen, is doorgaan geen denkfout maar een plan.
Wanneer is hulp van buiten zinvol, en wanneer niet
Voor een gewone jaarlijkse beoordeling van je kanalen heb je geen bureau nodig. De rekensom per kanaal en de nul-vraag kun je zelf doen, het liefst met iemand in het bedrijf die niet aan de keuze vastzit. Een half uur eerlijk kijken naar de cijfers levert meestal al op wat er moet gebeuren.
Hulp van buiten wordt zinvol als de beslissing groot is en je merkt dat je hem al maanden voor je uitschuift. Een nieuwe website, een andere aanpak van je vindbaarheid, het beëindigen van een lange samenwerking. Dan is een buitenstaander die alleen naar de toekomst kijkt en geen belang heeft bij het verleden, precies wat je nodig hebt. Binnen Triple Search Marketing beginnen we daarom altijd met de vraag wat er nu werkt, en niet met wat er ooit is gekozen.
Wat niet werkt, is een bureau inhuren dat belang heeft bij het antwoord. Een webbouwer die zegt dat je een nieuwe site nodig hebt, of een advertentiebureau dat vindt dat je moet blijven adverteren, kijkt niet neutraal. Vraag daarom altijd wat de partij verdient aan het advies, en kies bij voorkeur voor iemand die er ook baat bij heeft als het antwoord “stop ermee” is.
Veelgestelde vragen over de sunk cost fallacy
Wat is de sunk cost fallacy?
De sunk cost fallacy is de neiging om door te gaan met iets omdat je er al tijd, geld of moeite in hebt gestoken, ook als doorgaan geen zin meer heeft. Verzonken kosten zijn kosten die je al hebt gemaakt en niet terugkrijgt. Een goede beslissing kijkt alleen naar wat doorgaan vanaf nu kost en oplevert, niet naar wat er al is uitgegeven.
Wat is een voorbeeld van de sunk cost fallacy in marketing?
Een advertentiecampagne die al maanden verlies draait maar doorloopt “omdat we er al zoveel in hebben zitten”. Of een website die nooit aanvragen heeft opgeleverd maar niet wordt vervangen omdat hij duur was. Aan de klantkant: iemand die een abonnement niet opzegt omdat stoppen zou voelen alsof de eerste maanden voor niets waren.
Hoe herken je de sunk cost fallacy bij jezelf?
Let op argumenten die naar het verleden wijzen: “we hebben er zoveel in gestoken”, “het zou zonde zijn”, “we zijn er net mee begonnen”. Stel dan de nul-vraag: als je vandaag met een schone lei zou beginnen, zou je dan opnieuw voor deze aanpak kiezen? Is het antwoord nee, dan houdt alleen het verleden je vast.
Is de sunk cost fallacy hetzelfde als loss aversion?
Nee, maar ze hangen samen. Loss aversion (verliesaversie) is de neiging om een verlies sterker te voelen dan een even grote winst. De sunk cost fallacy is een gevolg daarvan: omdat stoppen als verlies voelt, gaan we door. Verliesaversie is het onderliggende mechanisme, de sunk cost fallacy is een van de manieren waarop het zichtbaar wordt.
Hoe voorkom je de sunk cost fallacy in je bedrijf?
Spreek vooraf af wanneer je stopt: wat moet een campagne, kanaal of samenwerking na drie maanden minimaal opleveren, en wat doe je als dat niet wordt gehaald? Reken per kanaal alleen vooruit (kosten en opbrengst vanaf nu) en laat eerdere uitgaven buiten de vergelijking. Laat bij grote beslissingen iemand meekijken die niet aan de eerdere keuze vastzit.
De sunk cost fallacy is geen teken van domheid, het is hoe ieder mens werkt. Het enige wat helpt, is hem herkennen en de vraag steeds opnieuw naar de toekomst draaien: wat levert doorgaan vanaf nu op? Wil je samen eerlijk kijken naar wat er in jouw marketing nog werkt en wat er alleen nog staat omdat het er al stond? Plan dan een strategiegesprek. Geen verplichtingen, geen verkooppraatje, gewoon een goed gesprek.
Zullen we samen kijken wat er te winnen valt?
Kies hieronder zelf een moment dat je uitkomt. In ongeveer 45 minuten lopen we samen je site en je cijfers door, en je hoort concreet wat er als eerste te winnen valt. Je zit nergens aan vast.