Bijna elke website heeft er een, en bijna niemand kijkt ernaar. Het vergrootglas rechtsboven, of het zoekveld onderin de kennisbank. Toch is de interne zoekfunctie een van de weinige plekken waar je bezoekers letterlijk intypen wat ze willen. Ze vertellen het je in hun eigen woorden, zonder dat je erom hoeft te vragen, en de meeste ondernemers laten die gegevens ongelezen liggen.
Dat is jammer, want het is de meest eerlijke informatie die je over je eigen site kunt krijgen. Iemand gebruikt het zoekveld pas als hij niet vindt wat hij zoekt via je menu. Elke zoekopdracht is dus tegelijk een vraag en een klacht: dit wilde ik, en jullie hadden het niet duidelijk staan.
In dit stuk kijken we naar hoe je die zoekopdrachten zichtbaar maakt, wat je eruit kunt aflezen, hoe je de zoekfunctie zelf beter maakt en welke conclusies je juist niet moet trekken uit een handjevol zoekopdrachten.
De interne zoekfunctie in één zin
De interne zoekfunctie is het zoekveld op je eigen website waarmee bezoekers je pagina’s doorzoeken. Het is geen Google, het staat los van je vindbaarheid in zoekmachines en het beïnvloedt je posities niet. Wat het wel doet, is bijhouden welke woorden mensen intypen als ze iets zoeken en niets vinden.
Bij een kleine site met tien pagina’s heeft zo’n veld weinig nut, want daar vindt iedereen alles via het menu. Zodra je een kennisbank hebt, een blog met tientallen artikelen of een uitgebreid dienstenaanbod, verandert dat. Dan wordt zoeken voor een deel van je bezoekers de snelste route, en die groep is meestal serieuzer dan gemiddeld.
Wij zien in de cijfers vaak dat mensen die zoeken twee tot drie keer zo vaak een vervolgstap zetten als mensen die alleen klikken. Dat is logisch: iemand die de moeite neemt om iets in te typen, weet wat hij wil. Precies daarom is het zonde als je zoekfunctie hem niets teruggeeft.
Waarom dit voor dienstverleners zo goed werkt
Dienstverleners hebben bijna altijd hetzelfde probleem: jij noemt je dienst anders dan je klant hem noemt. Jij hebt het over verzuimbegeleiding, de klant typt “zieke werknemer”. Jij hebt het over arbeidsrecht, de klant typt “ontslag met wederzijds goedvinden”. Die vertaalslag zie je nergens zo direct als in je eigen zoekbalk.
Daar komt bij dat je vaak precies één keer per jaar met je website bezig bent, terwijl je klanten er elke week op komen. Zonder gegevens ga je dan af op je gevoel over wat mensen zoeken, en dat gevoel is bijna altijd gekleurd door je eigen vakjargon.
Het mooiste is dat het niets kost. Je hoeft geen onderzoek te laten doen en geen enquête te sturen. De gegevens liggen er al, ze staan alleen meestal uit in je statistieken.
Wat we vaak zien is dat één blik op die lijst genoeg is voor drie concrete verbeteringen aan het menu. Niet omdat er iets ingewikkelds uit komt, maar omdat je ineens ziet dat vijftig mensen per maand zochten naar iets wat wél op je site staat, alleen onder een andere naam.
Het verschil met zoeken via Google
Dit haalt bijna iedereen door elkaar, dus even helder. Zoekopdrachten in Google vertellen je hoe mensen jou vinden, en die vind je terug in Search Console. Zoekopdrachten op je eigen site vertellen je wat mensen misten toen ze er eenmaal waren, en die vind je alleen in je eigen statistieken.
De eerste groep gebruik je voor je vindbaarheid: welke onderwerpen moet ik behandelen om binnen te komen? De tweede groep gebruik je voor je website zelf: welke informatie is er wel maar niet te vinden, en welke informatie ontbreekt echt? Dat zijn twee verschillende vragen met twee verschillende oplossingen.
In de praktijk vullen ze elkaar goed aan. Een woord dat in beide lijsten voorkomt, is bijna altijd een pagina waard. Iemand zoekt er in Google op en iemand mist het op je eigen site: sterker signaal krijg je zelden.
Gratis eguide
De 5 aanpakken achter een vaste stroom aanvragen
Dit is wat we bij dienstverleners keer op keer zien werken, van de eerste zoekopdracht tot de aanvraag in je mailbox. Je krijgt de guide meteen in je mail en betaalt er niets voor.
Hoe je de zoekopdrachten zichtbaar maakt
In de meeste statistiekenpakketten moet je dit één keer aanzetten. Je geeft aan welke parameter in de URL de zoekterm bevat, meestal iets als s of q, en vanaf dat moment worden zoekopdrachten als aparte gebeurtenis vastgelegd. Het is een instelling van vijf minuten die je daarna nooit meer aanraakt.
Daarnaast houden veel zoekplugins hun eigen lijstje bij, en dat is vaak nog completer omdat het ook de zoekopdrachten zonder resultaat apart toont. Die laatste categorie is de interessantste van allemaal, want daar staat letterlijk wat mensen misten.
Kijk er niet dagelijks naar. Eén keer per kwartaal een half uur is genoeg, want je hebt volume nodig voordat er een patroon zichtbaar wordt. Bij minder dan honderd zoekopdrachten in die periode is elke conclusie gokwerk.
Leg de lijst wel ergens vast die je terug kunt vinden. Zo zie je in het volgende kwartaal of een verbetering heeft geholpen, en dat is waardevoller dan de losse momentopname. Deze werkwijze past in je bredere aanpak voor data, analytics en conversie.
Wat je uit de lijst kunt aflezen
Deel je zoekopdrachten in drie stapels. De eerste stapel is: dit staat op mijn site maar mensen vinden het niet. Dat is een navigatieprobleem, en de oplossing is meestal een menu-item of een link op een pagina waar mensen toch al komen.
De tweede stapel is: dit staat niet op mijn site en het hoort er wel. Dat is een contentprobleem, en dat is meteen je onderwerpenlijst voor de komende maanden binnen je content SEO. Deze stapel is goud waard omdat de vraag aantoonbaar bestaat bij mensen die jou al kennen, en dat maakt hem betrouwbaarder dan een lijst uit een zoekwoordentool.
De derde stapel is: dit hoort hier niet thuis. Mensen die zoeken naar iets wat jij niet doet, of naar een concurrent, of naar een medewerker die hier vijf jaar geleden werkte. Daar hoef je niets mee, behalve als de stapel verrassend groot is, want dan geeft je website blijkbaar de verkeerde verwachting af.
Let bij alle drie op de woordkeuze zelf. Als mensen consequent een ander woord gebruiken dan jij, is dat het woord dat op je pagina hoort te staan, ook al vind je het zelf minder netjes klinken.
De interne zoekfunctie per type dienstverlener
Bij een HR-dienstverlener zie je bijna altijd hetzelfde patroon: mensen zoeken op situaties, niet op diensten. Ze typen “medewerker wil minder werken” of “proeftijd beëindigen”. Dat vertelt je dat je dienstpagina’s beter gevonden worden als er ergens die situatie in gewone woorden staat.
Bij advocatenkantoren zoeken mensen op de naam van een advocaat en op een rechtsgebied. Als de namen vaak worden ingetypt, is dat een teken dat je teampagina moeilijk te vinden is, en dat is bij dit type kantoor een gemiste kans want mensen kiezen daar op persoon.
Bij klinieken en praktijken gaat het bijna altijd over praktische zaken: vergoedingen, openingstijden, een behandeling opzoeken. Dat is meestal een navigatieprobleem en zelden een contentprobleem, want de informatie staat er wel.
En bij consultants en bureaus zie je vaak zoekopdrachten naar voorbeelden en cases. Als dat veel gebeurt, dan zoekt iemand naar bewijs voordat hij contact opneemt, en dat is een van de duidelijkste signalen die je kunt krijgen over wat er ontbreekt.
De zoekfunctie zelf beter maken
De standaardzoekfunctie in de meeste websites is beperkt. Hij zoekt letterlijk op de ingetypte woorden, kan niet omgaan met een typefout en begrijpt geen synoniemen. Iemand die “verzuimbegeleding” typt met een letter te weinig, krijgt nul resultaten terwijl je er tien pagina’s over hebt.
Een betere zoekfunctie herkent typefouten, zoekt ook in delen van woorden en snapt dat “ziekmelding” en “verzuim” bij elkaar horen. Dat is meestal een kwestie van een uitbreiding installeren, en het effect is direct merkbaar in het aantal zoekopdrachten zonder resultaat.
Geef de resultatenpagina daarnaast wat aandacht. Toon een korte samenvatting per resultaat in plaats van alleen een titel, en zet er iets nuttigs onder voor het geval er niets gevonden is. Een zin als “niet gevonden wat je zocht? stel je vraag even rechtstreeks” vangt precies de mensen op die anders weggaan.
Hoe dit samenwerkt met je vindbaarheid
Wij kijken bij dienstverleners naar drie zoek-werelden tegelijk: Google, Meta en de AI-zoekmachines zoals ChatGPT en Perplexity. Dat is de kern van Triple Search Marketing, en je eigen zoekbalk voedt alle drie op een manier die weinig mensen doorhebben.
De woorden die je bezoekers intypen zijn namelijk ook de woorden waarop ze in Google zoeken. Het verschil is dat je in je eigen statistieken de zoekopdrachten ziet van mensen die al bij je zijn, en dus al enige interesse hebben. Die groep is kwalitatief beter dan een willekeurige zoeker.
Voor AI-zoekmachines geldt iets soortgelijks. Mensen stellen daar vragen in gewone spreektaal, en die spreektaal herken je terug in je eigen zoekbalk. Wie zijn pagina’s op die woorden schrijft, wordt vaker aangehaald als iemand het aan een AI-model vraagt.
Hoe je begint zonder dat het overweldigt
Zet de meting aan en laat hem één kwartaal draaien. Doe in die periode niets, want anders weet je later niet meer wat door jouw wijziging kwam en wat vanzelf. Na drie maanden heb je genoeg om iets te zien.
Neem daarna de lijst door en kies drie dingen. Eén navigatieverbetering, één nieuw artikel en één woord dat je op een bestaande pagina toevoegt omdat je klanten het zo noemen. Meer niet, want dan blijft het overzichtelijk en kun je later zien wat er heeft geholpen.
Zet het volgende evaluatiemoment meteen in je agenda, drie maanden verder. Zonder dat moment gebeurt het niet, en dan lig je over een jaar weer met dezelfde onbekeken lijst.
Wat we vaak zien misgaan
De grootste fout is conclusies trekken uit te weinig gegevens. Vier keer dezelfde zoekopdracht in een maand is geen patroon maar toeval, en wie daarop een artikel schrijft, schrijft voor niemand. Wacht tot je genoeg volume hebt of laat het onderwerp met rust.
De tweede fout is het zoekveld verstoppen. Op mobiel verdwijnt het vaak achter een menu waar niemand op klikt, en dan lijkt het alsof niemand zoekt terwijl mensen het gewoon niet kunnen vinden. Zet het zichtbaar bovenaan, zeker op sites met veel inhoud.
De derde fout is de zoekopdrachten zonder resultaat negeren. Juist die lijst vertelt je waar je site tekortschiet, en het is de lijst die het minst wordt bekeken omdat hij het minst leuk is om te lezen.
En de vierde is denken dat een zoekfunctie een menu vervangt. Dat werkt niet. Zoeken is voor de mensen die precies weten wat ze willen; je menu is voor iedereen die nog aan het oriënteren is.
Wanneer meekijken zinvol is, en wanneer niet
Het aanzetten van de meting doe je zelf, of je vraagt je websitebouwer om het even in te stellen. Dat is een klein klusje en het is niet nodig om daar iemand voor in te huren. Ook het lezen van de lijst kun je prima zelf, want er is geen vakkennis voor nodig om te zien wat mensen intypen.
Waar meekijken wel loont, is de stap daarna. Welke van die zoekopdrachten verdient een eigen pagina, welke hoort thuis in een bestaande tekst en welke los je op met één menu-item? Die afweging vraagt om iemand die ook weet wat er in Google op dat woord gebeurt, want anders schrijf je een pagina voor vijf bezoekers.
Dat werk doen wij voor dienstverleners, waarbij A-players elke pagina nalopen voordat hij live gaat. AI versnelt het uitvoerende deel, de keuze welk onderwerp de moeite waard is blijft mensenwerk.
Veelgestelde vragen over de interne zoekfunctie
Wat is een interne zoekfunctie?
Dat is het zoekveld op je eigen website waarmee bezoekers jouw pagina’s doorzoeken. Het staat los van Google en heeft geen effect op je posities in zoekmachines. De waarde zit in de gegevens: je ziet welke woorden mensen intypen en dus welke informatie ze misten toen ze via je menu niet vonden wat ze zochten.
Hoe zie ik waarop bezoekers zoeken op mijn site?
In de meeste statistiekenpakketten moet je dit één keer aanzetten door aan te geven welke parameter in de URL de zoekterm bevat, vaak s of q. Vanaf dat moment worden zoekopdrachten als aparte gebeurtenis vastgelegd. Veel zoekplugins houden daarnaast een eigen lijst bij, inclusief de zoekopdrachten die geen resultaat opleverden.
Beïnvloedt de interne zoekfunctie mijn SEO?
Niet direct. Zoekopdrachten op je eigen site zijn onzichtbaar voor Google en veranderen je posities niet. Indirect helpt het wel, want de woorden die je bezoekers intypen laten zien welke onderwerpen ontbreken en welke termen je klanten echt gebruiken. Die informatie gebruik je vervolgens voor je pagina’s.
Hoeveel zoekopdrachten heb ik nodig voor een conclusie?
Reken op minimaal honderd zoekopdrachten in de periode die je bekijkt, anders trek je conclusies uit toeval. Vier keer hetzelfde woord in een maand is geen patroon. Laat de meting daarom een kwartaal draaien zonder iets te wijzigen, en beoordeel de lijst daarna in één keer.
Wat doe je met zoekopdrachten zonder resultaat?
Dat is de belangrijkste lijst, want daar staat letterlijk wat mensen misten. Splits hem in twee delen: onderwerpen die wel op je site staan maar onvindbaar zijn, en onderwerpen die er echt niet zijn. Het eerste los je op met navigatie of een synoniem in de tekst, het tweede is je onderwerpenlijst voor nieuwe pagina’s.
Wil je weten wat jouw bezoekers intypen en wat dat zegt over de pagina’s die je nog mist? Dan kijken we daar graag samen naar, met je eigen cijfers ernaast. Wil je hier samen naar kijken? Plan een strategiegesprek.
Zullen we samen kijken wat er te winnen valt?
Kies hieronder zelf een moment dat je uitkomt. In ongeveer 45 minuten lopen we samen je site en je cijfers door, en je hoort concreet wat er als eerste te winnen valt. Je zit nergens aan vast.
De agenda opent in beeld, je blijft op deze pagina.