Bijna elke ondernemer die met zijn vindbaarheid aan de slag gaat, komt op een gegeven moment bij de zoekwoordplanner uit. Het is de gratis tool van Google waarmee je kunt zien waar mensen op zoeken en hoe vaak. Handig, maar ook verwarrend, want de tool is eigenlijk gebouwd voor adverteerders en niet voor iemand die gewoon wil weten welke woorden hij op zijn website moet gebruiken.
Wij merken dat veel mensen na een half uur klikken weer afhaken. Ze zien een scherm vol getallen, brede bandbreedtes en Engelse termen, en weten niet wat ze ermee moeten. Zonde, want als je weet waar je naar kijkt is het een van de nuttigste hulpmiddelen die er zijn. En hij kost niets.
Hieronder lopen we stap voor stap door de zoekwoordplanner heen, in gewone taal. Wat je ermee kunt, wat je er niet mee kunt, en hoe je van een lijst zoekwoorden naar een plan komt dat je echt gaat gebruiken.
Wat de zoekwoordplanner is
De zoekwoordplanner, in het Engels de Keyword Planner, is een onderdeel van Google Ads. Je geeft een woord of een webadres op, en de tool laat zien welke zoekopdrachten daarbij horen en ongeveer hoe vaak daarop wordt gezocht.
Belangrijk om te weten: de tool is bedoeld om adverteerders te helpen bij het inkopen van advertenties. Dat verklaart waarom er kolommen in staan over prijs per klik en concurrentie tussen adverteerders. Voor wie aan zijn vindbaarheid werkt, zijn dat niet de belangrijkste getallen.
Je hebt een gratis Google Ads-account nodig om erbij te komen. Dat betekent niet dat je hoeft te adverteren. Je maakt een account aan, slaat de campagne-stap over en gebruikt alleen de tool. Wel goed om te weten: als je nooit een campagne draait, laat Google de zoekvolumes in brede groepen zien, bijvoorbeeld duizend tot tienduizend per maand, in plaats van een precies getal.
Dat klinkt als een probleem, maar voor de meeste ondernemers is het dat niet. Of een woord nu duizend of tweeduizend keer per maand gezocht wordt, verandert weinig aan je keuze. Het verschil tussen tien en duizend is wat telt.
Waarom dit voor dienstverleners de moeite waard is
De meeste websites van dienstverleners zijn geschreven vanuit het bedrijf. Er staat wat het bedrijf doet, hoe het werkt en hoe lang het al bestaat. Volstrekt logisch, maar het sluit vaak niet aan op de woorden die klanten zelf gebruiken.
Een voorbeeld dat we vaak tegenkomen: een HR-dienstverlener heeft het over “verzuimmanagement”, terwijl werkgevers zoeken op “zieke werknemer wat nu”. Beide gaan over hetzelfde, maar de een levert bezoekers op en de ander niet. De zoekwoordplanner maakt dat verschil zichtbaar.
Daar komt bij dat je met zoekvolumes je eigen aannames kunt toetsen. Wij hebben klanten gehad die maandenlang wilden ranken op een term waar in heel Nederland twintig keer per maand op wordt gezocht. Dat is prima als het jouw beste klanten zijn, maar je moet het wel weten voordat je er vier artikelen aan wijdt.
Zoekwoordonderzoek is niet bedoeld om te bewijzen dat je gelijk had. Het is bedoeld om erachter te komen waar je het mis had.
Stap één: begin bij wat je klanten vragen
Voor je de tool opent, maak je een lijstje met de hand. Schrijf op waar klanten je de laatste maanden over belden. Niet in vaktaal, maar zoals zij het zeiden. Tien tot twintig zinnetjes is genoeg.
Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen, en het is de belangrijkste. De zoekwoordplanner geeft je namelijk suggesties op basis van wat je invoert. Voer je vakjargon in, dan krijg je vakjargon terug. Voer je klanttaal in, dan opent zich een heel andere lijst.
Kijk ook even in je eigen mailbox en in je offerteaanvragen. De vragen die mensen daar stellen zijn letterlijk de zoekopdrachten die ze twee weken eerder in Google typten. Dat is gratis onderzoeksmateriaal dat je al in huis hebt.
Voeg tot slot een paar concurrenten toe aan je lijstje. Niet om ze na te doen, maar omdat je in de tool ook een webadres kunt invoeren en dan ziet welke woorden bij die site horen.
Liever samen kijken?
Benieuwd waar jouw site nu staat in Google en in AI‑antwoorden?
Je leest nu hoe het werkt. In een gratis strategiegesprek van drie kwartier laten we zien waar jouw klanten zoeken en wat er voor jou als eerste te winnen valt.
Stap twee: de tool openen en instellen
In Google Ads vind je de zoekwoordplanner onder Tools. Je kiest daar tussen twee opties: nieuwe zoekwoorden ontdekken, of zoekvolume en prognoses opvragen voor woorden die je al hebt. Begin met de eerste.
Voordat je iets invoert, zet je twee dingen goed. De locatie op Nederland, of op de regio waarin je werkt. En de taal op Nederlands. Staat dit verkeerd, dan krijg je Amerikaanse cijfers te zien en kloppen al je conclusies niet. Dit gaat vaker mis dan je denkt.
Werk je lokaal, bijvoorbeeld als kliniek of kapper, stel de locatie dan in op je eigen stad of provincie. De volumes worden dan veel lager, maar wel realistisch. Een landelijk volume van vijfduizend zegt niets als jouw klanten binnen twintig kilometer wonen.
Voer daarna vijf tot tien woorden uit je handgeschreven lijst in. Niet allemaal tegelijk, want dan wordt de lijst met suggesties zo lang dat je door de bomen het bos niet meer ziet.
De kolommen die er wel toe doen
Je ziet nu een tabel. Twee kolommen zijn interessant voor vindbaarheid: het gemiddeld aantal zoekopdrachten per maand, en de trend over drie maanden of over een jaar. De rest, zoals concurrentie en biedingen, gaat over adverteren.
De trendkolom wordt vaak over het hoofd gezien terwijl hij veel vertelt. Een woord dat het hele jaar door stabiel is, is betrouwbaarder om op in te zetten dan een woord dat alleen in januari piekt.
Stap drie: de lijst uitdunnen
Je hebt nu waarschijnlijk honderden regels. Die ga je terugbrengen naar iets waar je mee kunt werken. Wij hanteren daarbij drie vragen.
De eerste: past dit bij wat ik verkoop? Er komt altijd van alles voorbij dat er zijdelings mee te maken heeft. Iemand die zoekt op “salaris berekenen” is misschien wel interessant voor een salarisadministrateur, maar iemand die zoekt op “salarisstrook uitleg” waarschijnlijk niet, want dat is een werknemer en geen werkgever.
De tweede: wat wil deze persoon op dit moment? Iemand die zoekt op “wat is verzuimbegeleiding” is aan het leren. Iemand die zoekt op “verzuimbegeleiding uitbesteden” is aan het kiezen. Allebei waardevol, maar ze vragen om een andere pagina. Meer daarover lees je in onze artikelen over algemene SEO.
De derde: kan ik hier realistisch op meedoen? Op algemene termen met tienduizenden zoekopdrachten staan meestal grote partijen met veel meer autoriteit. Als je nog aan het opbouwen bent, kom je daar niet snel tussen. De langere, specifiekere zoekopdrachten zijn dan verstandiger.
Houd na het uitdunnen dertig tot vijftig woorden over. Dat is genoeg voor een half jaar aan content, en overzichtelijk genoeg om echt te gebruiken.
Stap vier: van woorden naar pagina’s
Een lijst met zoekwoorden is nog geen plan. De vertaalslag die volgt is de stap waar het vaakst iets misgaat: welk woord krijgt welke pagina?
De regel is simpel: één onderwerp, één pagina. Woorden die eigenlijk hetzelfde vragen, bundel je op één pagina. Maak je voor “verzuimbegeleiding” en “verzuimbegeleiding uitbesteden” twee losse pagina’s, dan gaan die elkaar beconcurreren in Google. Dat noemen we kannibalisatie en het kost je posities in plaats van dat het ze oplevert.
Zet je woorden daarom in groepjes bij elkaar en geef elk groepje één pagina. Het woord met het meeste volume wordt het hoofdonderwerp van die pagina, de rest verwerk je in de tekst en de tussenkopjes.
Kijk daarna welke pagina’s je al hebt. Vaak is de helft van je lijst prima onder te brengen bij bestaande pagina’s die je alleen wat moet aanvullen. Dat is sneller dan alles nieuw schrijven en werkt bovendien beter, want die pagina’s zijn al bekend bij Google.
Wat de zoekwoordplanner niet kan
De tool geeft geen antwoord op de vraag of jij kunt scoren op een woord. Hij laat alleen zien hoe vaak er gezocht wordt. Wie er nu op staat en hoe sterk die pagina’s zijn, moet je zelf bekijken door de zoekopdracht gewoon in te typen.
Ook worden zoekopdrachten die op elkaar lijken samengevoegd. “Verzuimbegeleiding” en “verzuim begeleiding” krijgen hetzelfde volume, terwijl het in werkelijkheid twee verschillende getallen zijn. Voor het bepalen van je richting maakt dat niet uit, voor precieze rapportage wel.
Verder mis je alles wat niet in Google gebeurt. Steeds meer mensen stellen hun vraag in ChatGPT of Perplexity, en die zoekopdrachten staan hier niet in. Dat is precies waarom wij naast Google ook naar de andere zoek-werelden kijken binnen Triple Search Marketing.
Tot slot: nieuwe onderwerpen hebben nog geen volume. Een term die net opkomt, staat op nul of wordt helemaal niet getoond. Dat betekent niet dat er geen vraag is, alleen dat de tool het nog niet ziet.
Wat we vaak zien misgaan
De meest voorkomende fout is jagen op volume. Mensen kiezen de woorden met de hoogste getallen en schrijven daar hun pagina’s op. Die woorden zijn meestal het breedst, het lastigst en het minst gericht op kopen. Je krijgt er bezoekers mee, maar geen aanvragen.
Een tweede fout is één keer onderzoek doen en er daarna nooit meer naar kijken. Zoekgedrag verandert, zeker in vakgebieden waar wetgeving of techniek beweegt. Eens per jaar je lijst naast de werkelijkheid leggen is genoeg.
De derde fout zien we bij lokale bedrijven: het volume voor heel Nederland aanhouden terwijl je in één regio werkt. Dan lijkt een onderwerp veelbelovend terwijl er in jouw gebied nauwelijks naar gezocht wordt.
En dan de fout die het meest sluipend is: zoekwoorden zo letterlijk in de tekst proppen dat het niet meer lekker leest. Google begrijpt varianten prima. Een tekst die stroef leest, kost je meer bezoekers dan een ontbrekend zoekwoord.
Wanneer je hulp inschakelt
Voor een eerste lijst en een paar pagina’s kun je prima zelf uit de voeten. De tool is gratis, en een middag serieus kijken levert je meer op dan een jaar gokken.
Het wordt anders als je site groter wordt. Bij vijftig of honderd pagina’s is de vraag niet meer welk woord je kiest, maar hoe de pagina’s zich tot elkaar verhouden en waar ze elkaar in de weg zitten. Dat overzicht houden kost tijd en vraagt om tools die verder gaan dan de zoekwoordplanner.
Ook als je merkt dat je pagina’s wel bezoekers trekken maar geen aanvragen opleveren, is dat een moment om er iemand anders naar te laten kijken. Dan zit het probleem meestal niet in je zoekwoorden maar in de vertaling naar je tekst.
Wil je hier samen naar kijken? Plan een strategiegesprek, dan lopen we je lijst en je pagina’s door en zie je waar de meeste winst zit.
Wat je naast de zoekwoordplanner nog kunt gebruiken
De zoekwoordplanner geeft je getallen, maar niet altijd de woorden die mensen echt intypen. Daarvoor zijn een paar gratis bronnen die er goed naast werken, en die je in tien minuten hebt doorgenomen.
Het eenvoudigste is Google zelf. Typ je onderwerp in en kijk wat de zoekbalk aanvult terwijl je typt. Dat zijn echte zoekopdrachten van echte mensen. Scroll daarna naar beneden naar het blok met verwante zoekopdrachten en naar de vragen die Google onderweg toont. Die vragen zijn goud voor je tussenkopjes en je veelgestelde vragen.
Een tweede bron is je eigen Search Console. Daar staat op welke zoekopdrachten je nu al wordt getoond, ook op de woorden waar je zelf nooit aan gedacht had. Wij vinden daar bij vrijwel elke klant onderwerpen die niemand had voorspeld, en dat zijn vaak de makkelijkste winsten omdat je er al net niet op scoort.
Tot slot: de vragen die klanten stellen tijdens een eerste gesprek. Die schrijf je een maand lang op. Het levert een lijst op die dichter bij de werkelijkheid staat dan welke tool ook, en hij kost je niets.
Veelgestelde vragen over de zoekwoordplanner
Is de zoekwoordplanner gratis?
Ja, de tool zelf kost niets. Je hebt wel een Google Ads-account nodig, maar je hoeft geen campagne te starten en niets uit te geven. Draai je nooit advertenties, dan zie je de zoekvolumes wel in brede groepen in plaats van als precies getal. Voor het maken van keuzes is dat meestal genoeg.
Hoe betrouwbaar zijn de zoekvolumes?
Ze zijn een goede indicatie, geen exacte meting. Google voegt zoekopdrachten die op elkaar lijken samen en rondt af naar bandbreedtes. Gebruik de cijfers dus om verhoudingen te zien, niet om precies te voorspellen hoeveel bezoekers je krijgt. Een woord met duizend zoekopdrachten is duidelijk groter dan een woord met vijftig, en dat is wat telt.
Hoeveel zoekwoorden heb je nodig voor een website?
Voor een gemiddelde dienstverlener werkt een lijst van dertig tot vijftig woorden goed. Die verdeel je over je dienstpagina’s en je kennisbankartikelen, waarbij elk onderwerp precies één pagina krijgt. Meer woorden verzamelen heeft weinig zin zolang je ze niet omzet in pagina’s.
Wat is het verschil tussen korte en lange zoekwoorden?
Korte zoekwoorden zoals “boekhouder” hebben veel volume maar zeggen weinig over wat iemand wil. Langere zoekopdrachten zoals “boekhouder voor zzp in Tilburg” hebben minder volume, maar de persoon erachter weet veel beter wat hij zoekt. Voor kleinere bedrijven leveren die langere zoekopdrachten meestal meer aanvragen op.
Kan ik de zoekwoordplanner ook gebruiken zonder te adverteren?
Zeker. Veel bedrijven gebruiken de tool alleen voor hun vindbaarheid in de zoekresultaten. Je maakt een account aan, slaat het aanmaken van een campagne over en gaat rechtstreeks naar de tool. Google vraagt af en toe of je een campagne wilt starten, maar dat mag je gewoon wegklikken.
De zoekwoordplanner is geen wondermiddel, maar wel de goedkoopste manier om te ontdekken of je website de taal van je klanten spreekt. Begin klein, met tien woorden en één pagina, en bouw van daaruit verder. Loop je vast in de vertaalslag van lijst naar pagina’s? Dan kijken we graag een keer met je mee.
Zullen we samen kijken wat er te winnen valt?
Kies hieronder zelf een moment dat je uitkomt. In ongeveer 45 minuten lopen we samen je site en je cijfers door, en je hoort concreet wat er als eerste te winnen valt. Je zit nergens aan vast.
De agenda opent in beeld, je blijft op deze pagina.