Zoekvolume checken is voor veel ondernemers het eerste dat ze doen zodra ze met SEO aan de slag gaan. Je typt een woord in een tool, je ziet een getal verschijnen, en op basis van dat getal besluit je of een onderwerp de moeite waard is. Dat klinkt logisch. Toch zien wij dat juist hier de meeste tijd verloren gaat, omdat het getal iets anders vertelt dan mensen denken.
Een zoekwoord met tienduizend zoekopdrachten per maand lijkt aantrekkelijker dan een zoekwoord met tachtig. In de praktijk levert dat tweede zoekwoord voor een dienstverlener vaak meer klanten op. Niet omdat het meer mensen bereikt, maar omdat het de juiste mensen bereikt op het moment dat ze iets nodig hebben.
In dit stuk lopen we rustig door wat zoekvolume is, hoe je het opzoekt, wat de cijfers wel en niet betekenen, en hoe je van een lijst met getallen naar een werkend contentplan komt. Geen tooltrucs, wel een manier van kijken die je zelf kunt toepassen.
Wat zoekvolume eigenlijk is
Zoekvolume is het geschatte aantal keer dat mensen een bepaald woord of een bepaalde zin per maand intypen in een zoekmachine. Meestal wordt dat cijfer weergegeven als een gemiddelde over de afgelopen twaalf maanden, zodat een piek in december het beeld niet volledig scheeftrekt.
Het woord “geschat” is belangrijk. Google publiceert geen exacte aantallen. De cijfers die je in tools ziet zijn afgeleid van steekproeven, van advertentiedata en van modellen die de rest invullen. Twee tools kunnen daardoor rustig een verschil van veertig procent laten zien voor precies hetzelfde woord.
Dat maakt zoekvolume niet nutteloos. Het maakt het alleen een kompas in plaats van een landkaart. Je gebruikt het om richting te bepalen, niet om exact te voorspellen hoeveel bezoekers je gaat krijgen. Wie het als exacte voorspelling gebruikt, komt vroeg of laat bedrogen uit.
Wat je er wel goed mee kunt, is vergelijken. Als woord A zeshonderd zoekopdrachten heeft en woord B er dertig, dan is de verhouding tussen die twee betrouwbaarder dan de absolute getallen zelf. Die verhouding gebruik je om te kiezen waar je begint.
Waarom een hoog zoekvolume niet altijd goed nieuws is
Grote getallen trekken. Als je ziet dat “advocaat” veertigduizend keer per maand wordt gezocht, denk je al snel: daar wil ik op gevonden worden. Maar wie zoekt daar precies op? Een student die een spreekbeurt voorbereidt. Iemand die de spelling controleert. Een journalist. Een sollicitant. En ergens tussendoor iemand met een echt juridisch probleem.
Bij brede woorden loopt alles door elkaar heen. Je concurreert met de grootste partijen van Nederland, je hebt maanden of jaren nodig om er iets te betekenen, en als het lukt komt er verkeer binnen dat grotendeels niets van je wil kopen. De rekensom klopt zelden.
Bij een woord als “arbeidsconflict advocaat den bosch” ligt dat anders. Misschien vijftig zoekopdrachten per maand. Maar iedereen die dat intypt heeft een probleem, weet welke hulp hij zoekt en zit in de buurt. Van die vijftig mensen bel je er als het goed staat een paar per maand aan de telefoon.
Het gaat niet om hoeveel mensen je zoekwoord intypen, maar om hoeveel van hen jou daarna nodig hebben.
Wij kijken bij het beoordelen van een zoekwoord daarom altijd naar drie dingen tegelijk: het volume, hoe zwaar de concurrentie is, en hoe dicht de zoekopdracht bij een echte hulpvraag ligt. Pas als die drie samen kloppen, is een woord de moeite waard.
Het verschil tussen zoekvolume en zoekintentie
Zoekvolume vertelt je hoeveel mensen zoeken. Zoekintentie vertelt je waarom ze zoeken. Dat tweede bepaalt of iemand klant wordt, en het staat nooit in het getal.
Grofweg zijn er vier soorten zoekopdrachten. Iemand wil iets weten (“wat is een vaststellingsovereenkomst”). Iemand wil ergens naartoe (“jouw bedrijfsnaam inloggen”). Iemand vergelijkt (“beste hr-dienstverlener mkb”). Of iemand wil nu iets regelen (“hr-adviseur inhuren tilburg”). Die laatste twee liggen het dichtst bij een aanvraag.
Je hebt ze alle vier nodig, maar niet tegelijk. Wie net begint met zoekmachine-optimalisatie, begint bij de onderkant van de trechter: de woorden waar mensen met een concrete hulpvraag op zoeken. Daar zit het snelste resultaat. De brede informatieve woorden bouw je daarna op, om je autoriteit rond het onderwerp te versterken.
De simpelste manier om intentie te achterhalen is het zoekwoord zelf intypen in Google en kijken wat er verschijnt. Zie je alleen webshops? Dan denkt Google dat mensen willen kopen. Zie je alleen uitlegartikelen? Dan willen mensen leren. Die uitslag is belangrijker dan wat een tool erover zegt.
Zo check je zoekvolume in de praktijk
Er zijn drie routes, en ze vullen elkaar aan. De eerste is Google Keyword Planner, gratis beschikbaar via een Google Ads-account. Je krijgt daar ruwe schattingen, vaak in brede bandbreedtes als je geen advertenties draait. Voor een eerste beeld werkt het prima.
De tweede route zijn betaalde tools zoals Semrush, Ahrefs of SE Ranking. Die geven preciezere cijfers, laten zien hoe zwaar de concurrentie is en tonen welke pagina’s nu bovenaan staan. Voor wie serieus met content bezig is, verdient zo’n tool zich snel terug.
De derde route kost niets en wordt het vaakst overgeslagen: Google Search Console. Daar zie je op welke woorden je nu al vertoond wordt, hoeveel mensen erop klikken en op welke positie je staat. Dat is geen schatting maar echte data van je eigen website. Wij beginnen bij bestaande klanten altijd hier, omdat je vaak ontdekt dat je al bijna scoort op woorden waar je niets voor gedaan hebt.
Een praktische volgorde: haal een ruwe lijst uit een tool, kijk in Search Console waar je al zichtbaar bent, en type de belangrijkste woorden daarna met de hand in Google om te zien wat er echt staat. Die drie stappen samen duren een uur en leveren meer op dan een middag turen naar een spreadsheet.
Waarom de cijfers nooit precies kloppen
Een gemiddelde verbergt seizoenen. Een boekhoudkantoor dat kijkt naar “aangifte inkomstenbelasting” ziet misschien tweeduizend zoekopdrachten per maand. In werkelijkheid gebeurt bijna alles in maart en april, en is het in september stil. Als je je content in mei publiceert, ben je een jaar te laat of elf maanden te vroeg.
Tools rekenen ook varianten soms wel en soms niet mee. Enkelvoud en meervoud, met en zonder spatie, met en zonder tussen-s. In de ene tool zijn dat vier aparte woorden met elk een klein volume, in de andere is het een woord met een groot volume. Zo ontstaan verschillen die niets met de werkelijkheid te maken hebben.
Daar komt bij dat een deel van het zoekverkeer nooit op je website belandt. Google beantwoordt steeds meer vragen direct in de zoekresultaten. Duizend zoekopdrachten kunnen dus honderd bezoekers opleveren in plaats van driehonderd. Het getal in de tool weet dat niet.
Kort gezegd: gebruik de cijfers om te sorteren, niet om te rekenen. Wie een omzetprognose bouwt op geschatte zoekvolumes, bouwt op zand.
Wat wel helpt is naast het gemiddelde ook de grafiek per maand bekijken. Bijna elke tool laat die zien, en hij vertelt je meteen of je met een piekonderwerp te maken hebt. Zie je twee maanden hoog en tien maanden laag, dan weet je dat je die content minstens twee maanden voor de piek klaar moet hebben, want een nieuwe pagina heeft tijd nodig voordat Google hem serieus neemt.
Zoekvolume in drie zoek-werelden
Mensen zoeken allang niet meer alleen in Google. Ze stellen hun vraag aan ChatGPT, ze scrollen door Instagram tot ze een bedrijf tegenkomen dat hen aanspreekt, ze vragen het in een groep op Facebook. Dat is de kern van Triple Search Marketing: zichtbaar zijn in Google, in Meta en in AI-zoekmachines, omdat je klant zich in alle drie beweegt.
Voor zoekvolume betekent dat iets belangrijks. Een tool meet alleen wat mensen in Google intypen. Vragen die iemand aan ChatGPT stelt, staan in geen enkele database. Ook wat mensen op LinkedIn of Instagram zoeken, blijft grotendeels buiten beeld.
Wij gebruiken het Google-volume daarom als beste beschikbare indicator, niet als volledige waarheid. Als een onderwerp in Google leeft, leeft het waarschijnlijk ook in de andere twee werelden. En omgekeerd: als klanten je in gesprekken steeds dezelfde vraag stellen, is die vraag de moeite waard, ook al staat er een nul in de tool.
Dat laatste is een van de nuttigste bronnen die er bestaat en hij kost niets. De vragen uit je eigen intakegesprekken zijn zoekwoorden in vermomming.
Longtail: kleine getallen die samen groot zijn
Longtail-zoekwoorden zijn de langere, specifiekere zoekopdrachten. Niet “hr-advies”, maar “wat kost een hr-adviseur voor een bedrijf met 20 medewerkers”. Elk zo’n woord heeft misschien twintig zoekopdrachten per maand. Bij elkaar vormen ze het grootste deel van al het zoekverkeer.
Voor dienstverleners is dit de meest begaanbare weg. De concurrentie is lager, de vraag is duidelijker en je kunt een artikel schrijven dat de vraag echt beantwoordt in plaats van eromheen praat. Vijftien pagina’s die elk dertig bezoekers per maand trekken, leveren samen meer aanvragen op dan één pagina die op een groot woord blijft steken op pagina drie.
De valkuil is dat mensen deze woorden overslaan omdat ze er in de tool onbeduidend uitzien. Twintig per maand voelt als niets. Maar twintig mensen met precies jouw vraag zijn meer waard dan tweeduizend mensen die iets anders zoeken.
Een goede manier om ze te vinden: kijk naar de “Mensen vragen ook”-blokken in Google, naar de suggesties die verschijnen terwijl je typt, en naar de gerelateerde zoekopdrachten onderaan de pagina. Dat zijn echte vragen van echte mensen, en ze zijn gratis.
Wat we vaak zien misgaan
De eerste fout is alleen naar volume kijken en de concurrentie negeren. Een woord met duizend zoekopdrachten waar alle grote partijen op inzetten, is voor een kantoor van twaalf mensen geen realistisch doel voor het eerste jaar. Een woord met tachtig zoekopdrachten waar niemand een fatsoenlijke pagina over heeft, wel.
De tweede fout is voor elk zoekwoord een aparte pagina maken. “Hr-advies mkb”, “hr-adviseur mkb” en “advies hr midden- en kleinbedrijf” zijn dezelfde vraag in andere woorden. Maak je daar drie pagina’s van, dan concurreren ze met elkaar en wint uiteindelijk geen van drieën. Eén goede pagina die het onderwerp compleet behandelt, werkt beter. In content SEO heet dat het bundelen van zoekwoorden per pagina.
De derde fout is de lijst maken en er daarna niets meer mee doen. Wij zien regelmatig spreadsheets met driehonderd zoekwoorden waar in twee jaar niets mee is gebeurd. Twintig woorden waar je echt content bij maakt, zijn oneindig veel nuttiger dan driehonderd woorden in een bestand.
De vierde fout is nooit terugkijken. Zoekvolumes veranderen, nieuwe termen ontstaan, en wat vorig jaar werkte kan nu voorbij zijn. Een keer per half jaar je lijst naast je cijfers leggen, is genoeg om bij te sturen.
Van getallen naar een contentplan
Zodra je lijst er ligt, begint het echte werk: kiezen. Wij sorteren zoekwoorden meestal in drie stapels. De eerste stapel zijn woorden waar iemand nu hulp zoekt en waar de concurrentie te doen is. Die krijgen een dienstenpagina of een pagina per regio.
De tweede stapel zijn vergelijkende vragen: wat kost het, wat is het verschil, waar let je op. Die krijgen een uitgebreid artikel, want mensen die zo zoeken staan dicht bij een keuze en willen eerlijke informatie.
De derde stapel zijn brede informatieve vragen. Die schrijf je later, als de eerste twee staan, en ze zorgen ervoor dat Google en AI-zoekmachines je gaan herkennen als partij die verstand heeft van het onderwerp. Ze leveren zelden direct een aanvraag op, maar ze maken de rest sterker.
Zo wordt zoekvolume checken geen doel op zich, maar de eerste stap in een plan dat je maanden vooruit helpt. Je weet wat je wanneer schrijft, en waarom.
Veelgestelde vragen over zoekvolume checken
Wat is zoekvolume precies?
Zoekvolume is het geschatte aantal keer dat mensen een bepaald zoekwoord per maand intypen in een zoekmachine. Het cijfer is meestal een gemiddelde over twaalf maanden. Zoekmachines publiceren geen exacte aantallen, dus alle tools werken met schattingen die onderling kunnen verschillen.
Hoe check ik zoekvolume gratis?
Met Google Keyword Planner kun je gratis zoekvolumes opvragen, al krijg je brede bandbreedtes als je geen advertenties draait. Google Search Console laat gratis zien op welke woorden je website nu al wordt vertoond. Ook de suggesties in de zoekbalk en de “Mensen vragen ook”-blokken geven zicht op wat mensen echt zoeken.
Wat is een goed zoekvolume voor een klein bedrijf?
Daar bestaat geen vast getal voor. Voor een lokale dienstverlener zijn woorden met vijftig tot driehonderd zoekopdrachten per maand vaak het meest waardevol, omdat de concurrentie te overzien is en de zoekers een concrete vraag hebben. Kijk altijd naar volume, concurrentie en hulpvraag samen.
Waarom verschillen zoekvolumes per tool?
Elke tool gebruikt eigen bronnen en eigen rekenmodellen. De een telt enkelvoud en meervoud als één woord, de ander als twee. Ook de steekproef waaruit ze putten verschilt. Gebruik de cijfers daarom om zoekwoorden onderling te vergelijken, niet als exacte voorspelling van bezoekersaantallen.
Hoe vaak moet ik mijn zoekwoorden opnieuw bekijken?
Twee keer per jaar is voor de meeste dienstverleners genoeg. Zoekgedrag verandert langzaam, maar nieuwe termen en nieuwe concurrenten komen er wel bij. Kijk daarbij ook naar Search Console: daar zie je welke woorden inmiddels echt verkeer opleveren en welke stil zijn gebleven.
Zoekvolume checken is uiteindelijk geen technisch klusje, maar een manier om te ontdekken waar jouw klanten mee zitten. De getallen zijn het startpunt, jouw kennis van je vak maakt er een plan van. Wil je hier samen naar kijken en bepalen welke woorden voor jouw bedrijf de moeite waard zijn? Plan een strategiegesprek.