Je hebt honderd berichten verstuurd en er kwamen drie reacties terug. Twee daarvan waren beleefd afwijzend. Dat is ongeveer het punt waarop de meeste ondernemers besluiten dat LinkedIn InMail niet werkt en dat ze het maar bij bellen houden.
Wat we bijna altijd zien als we zulke berichten teruglezen: ze gaan over de afzender. Wie hij is, wat zijn bedrijf doet, hoeveel jaar ervaring er is, en of de ontvanger misschien een keer wil kennismaken. Vanuit de lezer bekeken is dat een verzoek om tijd, zonder dat er een reden bij zit.
In dit stuk kijken we naar wat InMail precies is, wanneer het zin heeft voor dienstverleners, en vooral hoe je een bericht schrijft dat wél wordt geopend en beantwoord. Met de kanttekening dat het voor veel bedrijven helemaal niet het beste kanaal is, en dat is ook goed om vooraf te weten.
Wat LinkedIn InMail precies is
InMail is de berichtfunctie waarmee je iemand op LinkedIn kunt aanschrijven met wie je niet verbonden bent. Normaal kun je alleen berichten sturen naar je eigen connecties. Met InMail sla je die stap over en land je direct in de inbox van iemand die je nog nooit heeft gezien.
Die mogelijkheid zit in de betaalde abonnementen van LinkedIn, zoals Premium en Sales Navigator. Je krijgt daarbij een maandelijks tegoed aan berichten, meestal vijf tot vijftig afhankelijk van je pakket. Krijg je binnen negentig dagen een reactie, dan schrijft LinkedIn dat tegoed weer bij. Dat is bewust zo gemaakt: het beloont wie relevante berichten stuurt.
Belangrijk om te weten is dat een InMail anders aanvoelt voor de ontvanger dan een gewoon bericht. Het is zichtbaar dat je ervoor betaalt, en veel mensen herkennen het patroon inmiddels. Dat is geen probleem, zolang je bericht maar de moeite waard is.
Wanneer InMail zin heeft en wanneer niet
InMail werkt het beste als je een klein aantal mensen wilt bereiken die je goed kunt onderbouwen. Twintig zorgvuldig gekozen ontvangers met een bericht dat op hen is geschreven, doen meer dan vijfhonderd standaardberichten. Dat is niet alleen een kwestie van beleefdheid, het is ook hoe LinkedIn het beloont.
Voor dienstverleners met een lange verkoopcyclus en een hoge waarde per klant kan dat de moeite lonen. Denk aan een HR-adviseur die bij een specifiek bedrijf iets ziet spelen, of een consultant die een concrete aanleiding heeft. Er is dan iets te melden dat geen algemene pitch is.
Werkt je aanbod juist op volume, of heb je geen scherpe lijst van wie je precies zoekt, dan is InMail een dure omweg. Je bent dan meestal beter af met zichtbaarheid opbouwen zodat mensen zelf komen. Hoe je dat aanpakt, lees je in onze uitleg over leadgeneratie voor MKB.
Het verschil met een gewoon connectieverzoek
Veel mensen halen InMail en het connectieverzoek met notitie door elkaar. Dat laatste is gratis, maar je hebt maar driehonderd tekens en de ander moet je verzoek accepteren voordat er een gesprek kan ontstaan. InMail geeft je meer ruimte en komt direct binnen.
In de praktijk werkt de gratis route vaak beter dan mensen denken. Een kort, persoonlijk connectieverzoek dat verwijst naar iets concreets wordt regelmatig geaccepteerd, en daarna kun je gewoon berichten sturen. Dat kost je niets behalve aandacht.
De keuze hangt af van hoe zeldzaam je doelgroep is. Bij een lijst van vijftig directeuren die je precies kent, is InMail de snellere route. Bij een bredere groep waar je nog aan het aftasten bent, is het connectieverzoek goedkoper en minder opdringerig.
Gratis eguide
De 5 aanpakken achter een vaste stroom aanvragen
Dit is wat we bij dienstverleners keer op keer zien werken, van de eerste zoekopdracht tot de aanvraag in je mailbox. Je krijgt de guide meteen in je mail en betaalt er niets voor.
De onderwerpregel bepaalt of je bericht opengaat
Bij InMail kun je een onderwerpregel meegeven, en dat is precies waar de meeste berichten sneuvelen. “Kennismaking” en “Een vraag” zeggen niets. “Samenwerking” is helemaal een rode vlag, want dat betekent in de praktijk altijd dat er iets verkocht wordt.
Wat wel werkt, is concreet en zonder verkoopgeur. Verwijs naar iets specifieks: een vacature die openstaat, een verandering in hun sector, iets uit hun eigen bericht van vorige week. “Over jullie vacature voor twee HR-adviseurs” wordt geopend, want het gaat ergens over.
Houd het kort, ongeveer vijf tot acht woorden, want op een telefoon wordt de rest afgekapt. En schrijf geen onderwerpregel die iets anders belooft dan de inhoud. Dat opent misschien één keer, maar je verspeelt er alles mee.
Als je onderwerpregel op elk bedrijf zou passen, dan is hij voor geen enkel bedrijf een reden om te openen.
Zo bouw je het bericht zelf op
Begin met de reden dat je juist deze persoon schrijft. Niet “ik zag uw profiel”, want dat zegt niets, maar iets wat aantoont dat je gekeken hebt. Een vacature, een nieuwsbericht, een post die ze zelf schreven. Eén zin is genoeg.
Vertel daarna in twee zinnen wat je opviel en waarom dat interessant kan zijn. Dit is de plek waar je iets geeft in plaats van iets vraagt. Een observatie, een cijfer, een ervaring bij een vergelijkbaar bedrijf. Nog steeds zonder je diensten op te sommen.
Sluit af met één vraag die makkelijk te beantwoorden is. Niet “heb je volgende week een half uur”, want dat is een groot ja. Wel “is dit iets wat bij jullie speelt?”, want daar kan iemand met één zin op reageren. Uit dat ene zinnetje ontstaat het gesprek vanzelf.
Houd het geheel onder de honderdvijftig woorden. Onderzoek van LinkedIn zelf laat consequent zien dat kortere berichten vaker antwoord krijgen. Iemand op een telefoon in de trein leest geen half A4.
Personaliseren is meer dan een voornaam invullen
Een sjabloon met een samenvoegveld voor de voornaam is geen persoonlijk bericht. Ontvangers prikken daar meteen doorheen, zeker als de rest van de tekst voor elk bedrijf zou kunnen gelden. En omdat iedereen dit doet, is het herkenbare patroon inmiddels een reden om weg te klikken.
Echte personalisatie kost twee minuten per bericht. Kijk naar de bedrijfspagina, kijk naar de laatste drie berichten van de persoon zelf, kijk naar openstaande vacatures. Bijna altijd vind je iets waar je oprecht op kunt reageren. Twintig berichten kosten je zo veertig minuten, en dat is nog steeds een halve ochtend voor een hele lijst.
Wat we vaak zien is dat ondernemers dit één keer proberen, het te bewerkelijk vinden en teruggaan naar het sjabloon. Terwijl juist die twee minuten het verschil zijn tussen twee procent en twintig procent reacties. Liever twintig goede berichten dan tweehonderd waarvan er niets terugkomt.
Opvolgen zonder te gaan zeuren
Geen reactie is meestal geen afwijzing. Mensen zijn druk, het bericht kwam op een verkeerd moment, of ze wilden er later op terugkomen en zijn het vergeten. Eén nette herinnering na ongeveer een week is daarom gebruikelijk en wordt zelden vervelend gevonden.
Maak van die herinnering geen kopie van je eerste bericht. Voeg iets toe: een link naar iets nuttigs, een korte aanvulling, of gewoon de vraag anders gesteld. Dan geef je opnieuw een reden om te reageren in plaats van alleen te herhalen dat je nog wacht.
Na die tweede keer laat je het los. Blijven duwen kost je meer dan het oplevert, want mensen onthouden wie hen achtervolgt. Zet de persoon in je hoofd op de lijst voor over een half jaar, en zorg intussen dat je zichtbaar bent op de plekken waar zij toch al kijken.
InMail in de drie zoek-werelden
Wij werken vanuit Triple Search Marketing, kortweg TSM: mensen zoeken in drie werelden. In Google, op Meta met Facebook en Instagram, en steeds vaker in AI-zoekmachines zoals ChatGPT, Perplexity en de AI Overviews van Google zelf. InMail hoort strikt genomen bij geen van die drie, en dat is precies waarom het zelden op zichzelf werkt.
Iemand die jouw bericht krijgt, doet namelijk één ding: je naam opzoeken. Meestal in Google, soms in een AI-chat, en zeker op je LinkedIn-profiel. Wat diegene daar vindt, bepaalt of je bericht serieus wordt genomen. Een leeg profiel en een dunne website maken het beste bericht waardeloos.
Andersom werkt het ook. Iemand die je naam al eens is tegengekomen in de zoekresultaten of in een AI-antwoord, opent je bericht met een heel ander gevoel. Zichtbaarheid maakt koude berichten lauw. Meer daarover lees je bij onze aanpak voor SEO en GEO.
Je lijst is belangrijker dan je tekst
Het beste bericht aan de verkeerde persoon levert nog steeds niets op. Toch beginnen de meeste mensen bij de tekst en pas daarna bij de vraag wie ze eigenlijk aanschrijven. Draai dat om, want je lijst bepaalt meer van je resultaat dan je formulering.
Wees bij het samenstellen zo streng als je durft. Niet “HR-managers in Nederland”, maar “HR-managers bij bedrijven van vijftig tot tweehonderd medewerkers in Noord-Brabant die op dit moment een vacature open hebben staan”. Dat laatste lijstje is misschien dertig namen lang, en juist daarom kun je er een bericht bij schrijven dat ergens over gaat.
Let ook op de rol. Wie je aanschrijft moet het probleem herkennen én er iets over te zeggen hebben. Bij grotere organisaties is dat vaak niet de directeur maar de manager die er dagelijks mee zit. Bij bedrijven van tien tot vijftig mensen is het meestal wel de eigenaar zelf. Meer over dat kiezen van de juiste ingang lees je bij marketingstrategie.
Wat we vaak zien misgaan
De grootste fout is het bericht dat over jou gaat. Drie alinea’s over je bedrijf, je aanpak en je jarenlange ervaring, en dan de vraag om een kennismaking. Er staat geen enkele reden in waarom de ontvanger zou reageren. Draai het om en begin bij hen.
Fout twee is de vraag die te groot is. “Heb je dinsdag een uurtje” vraagt iemand die je nog nooit heeft gesproken om een flink stuk van zijn dag. Vraag eerst iets kleins, en laat het gesprek zelf naar een afspraak groeien.
Fout drie is volume boven relevantie. Vijfhonderd berichten versturen levert vooral irritatie op, en LinkedIn merkt het ook: berichten zonder reacties gaan je tegoed kosten en op termijn je bereik. Het systeem is bewust zo gebouwd dat zorgvuldigheid loont.
En tot slot: InMail sturen terwijl je profiel niet klaar is. Je foto, je kopregel en de eerste regels van je profiel worden gelezen voordat iemand besluit te antwoorden. Dat is een half uur werk waar je jarenlang profijt van hebt.
Hoe weet je of het werkt
Het percentage dat je bericht opent, zegt iets over je onderwerpregel. Het percentage dat antwoordt, zegt iets over je bericht. Meet die twee apart, want anders weet je niet wat je moet aanpassen.
Als richtlijn: onder de tien procent reacties is er iets mis met je bericht of met je lijst. Tussen de tien en twintig procent is normaal voor een goed gerichte lijst. Zit je hoger, dan heb je iets gevonden dat werkt en is het slim om precies op te schrijven waarom.
Kijk daarnaast naar wat er ná het antwoord gebeurt. Twintig reacties waarvan er geen enkele tot een gesprek leidt, is minder waard dan vijf reacties waarvan er twee klant worden. Uiteindelijk telt alleen dat laatste getal, en dat zie je niet in een dashboard maar in je agenda.
Houd daarom een simpel overzicht bij van wie je hebt geschreven, wanneer, met welke aanleiding en wat eruit kwam. Na dertig berichten zie je patronen die je vooraf nooit had bedacht. Vaak blijkt één type aanleiding veel beter te werken dan de rest, en dan weet je precies waar je volgende ronde over moet gaan.
Veelgestelde vragen over LinkedIn InMail
Wat kost LinkedIn InMail?
InMail zit in de betaalde LinkedIn-abonnementen zoals Premium en Sales Navigator. Je koopt dus geen losse berichten, maar een abonnement met een maandelijks tegoed. Dat tegoed loopt van ongeveer vijf tot vijftig berichten per maand, afhankelijk van je pakket. Krijg je binnen negentig dagen antwoord, dan krijg je dat bericht terug op je tegoed.
Hoeveel InMails mag je per maand versturen?
Dat hangt af van je abonnement en loopt meestal van vijf tot vijftig per maand. Ongebruikt tegoed schuift een aantal maanden door, met een bovengrens. Omdat beantwoorde berichten je tegoed teruggeven, kun je in de praktijk meer versturen naarmate je berichten beter aansluiten bij de ontvanger.
Wat is een goed responspercentage op InMail?
Tussen de tien en twintig procent is gebruikelijk bij een goed gerichte lijst en persoonlijke berichten. Zit je onder de tien procent, dan ligt het meestal aan de lijst of aan een bericht dat vooral over de afzender gaat. Meet openingen en antwoorden apart, dan weet je waar het misloopt.
Werkt een gewoon connectieverzoek beter dan InMail?
Vaak wel, zeker bij een bredere doelgroep. Een kort connectieverzoek met een persoonlijke notitie is gratis en voelt minder als verkoop. Nadeel is dat je maar driehonderd tekens hebt en dat de ander moet accepteren. Bij een korte lijst van precies bekende personen is InMail de snellere route.
Hoe lang moet een InMail zijn?
Houd het onder de honderdvijftig woorden. Kortere berichten krijgen aantoonbaar vaker antwoord, omdat de meeste mensen ze op hun telefoon lezen. Eén zin over waarom je juist hen schrijft, twee zinnen met iets wat de moeite waard is, en één makkelijke vraag om op te reageren.
LinkedIn InMail is geen wondermiddel en ook geen verloren zaak. Het werkt als je een korte lijst hebt, twee minuten per bericht investeert, en je vraag klein houdt. En het werkt pas echt als mensen die je naam opzoeken iets fatsoenlijks vinden. Wil je hier samen naar kijken en bepalen of dit voor jouw bedrijf het juiste kanaal is? Plan een strategiegesprek, dan lopen we het rustig langs.
Zullen we samen kijken wat er te winnen valt?
Laat je gegevens achter, dan nemen we binnen één werkdag contact op om een moment te plannen. In ongeveer 45 minuten krijg je een eerlijk beeld van wat er nu goed gaat en wat blijft liggen, en je zit nergens aan vast.