Home / Kennisbank / Offertes opvolgen: zo win je meer opdrachten

Offertes opvolgen: zo win je meer opdrachten

Wanneer bel je, wat zeg je en hoe vaak neem je contact op? Praktische aanpak voor het opvolgen van offertes zonder opdringerig te worden.

Offertes opvolgen is voor veel dienstverleners het stukje van het verkoopproces dat er structureel bij inschiet. Er gaat een voorstel de deur uit, er komt geen reactie, en na twee weken zakt de aanvraag stilletjes weg in de mailbox. Ondertussen is er wel tijd en geld gestoken in de lead die hem heeft aangevraagd.

Wat we bij klanten telkens terugzien, is dat er aan de voorkant flink geïnvesteerd wordt om aanvragen binnen te krijgen, en dat het aan de achterkant blijft liggen. Terwijl daar vaak de snelste winst zit. Een offerte die al uitgebracht is, kost je niets extra’s om nog een keer onder de aandacht te brengen.

In dit stuk lopen we door de manier waarop opvolging wel werkt. Wanneer je contact opneemt, wat je dan zegt, hoe vaak je van je laat horen zonder vervelend te worden, en hoe je het zo inricht dat het niet van je stemming of je agenda afhangt. Gewoon praktisch, zonder verkooptrucs.

Wat offertes opvolgen eigenlijk is

Offertes opvolgen betekent dat je na het versturen van een voorstel het contact met de aanvrager actief onderhoudt tot er een beslissing ligt. Een ja of een nee, beide zijn prima. Wat je wilt voorkomen is de derde uitkomst, waarbij er nooit iets besloten wordt en de aanvraag gewoon verdampt.

Het gaat er niet om dat je iemand overhaalt. Het gaat erom dat je aanwezig blijft op het moment dat de beslissing valt. Bij dienstverlening duurt dat vrijwel nooit één dag. Er moet intern overlegd worden, er komt iets tussen, en de aanvraag die op maandag urgent leek is op donderdag opeens minder dringend.

Daarom is opvolging geen extra verkoopstap, maar de laatste stap van dezelfde leadgeneratie die je al doet. Wie de eerste negentig procent van de moeite doet en de laatste tien procent overslaat, houdt een gat in zijn proces waar de meeste omzet doorheen valt.

Waarom klanten niet reageren

Het is verleidelijk om stilte als een nee te lezen. In de praktijk klopt dat zelden. Wat we horen als we klanten van onze klanten spreken, is bijna altijd hetzelfde rijtje: er kwam iets tussen, ik moest het nog met mijn compagnon bespreken, ik was het simpelweg vergeten.

Een offerte komt bij de ontvanger binnen op een moment dat jij niet kunt kiezen. Misschien midden in een drukke week, misschien vlak voor een vakantie. Dat jouw voorstel bij jou bovenaan de stapel ligt, betekent niet dat het bij hem bovenaan ligt. Meestal ligt het ergens in het midden.

Er is nog een reden die minder vaak benoemd wordt. Mensen vinden het ongemakkelijk om nee te zeggen tegen iemand die aardig is geweest en moeite heeft gedaan. Zwijgen voelt dan makkelijker. Als jij het contact weer opent en het gemakkelijk maakt om eerlijk te zijn, help je hem daarmee.

Hoe snel moet je opvolgen?

De eerste opvolging doe je eerder dan je denkt. Twee tot drie werkdagen na het versturen is een prima moment. Dan is de offerte nog vers, is er waarschijnlijk al even naar gekeken, en voel je nog geen ongeduld aan jouw kant waardoor je toon verandert.

Wat we vaak zien is dat ondernemers een week of twee wachten omdat ze niet willen pushen. Het gekke effect daarvan is dat de opvolging juist ongemakkelijker wordt. Na twee weken moet je je bericht gaan verantwoorden, terwijl een berichtje na drie dagen vanzelfsprekend voelt.

Een offerte die je niet opvolgt, is geen offerte. Dat is een document dat je gratis hebt weggegeven.

Nog beter is het om het moment van opvolgen al af te spreken vóórdat je de offerte stuurt. Aan het einde van het gesprek zeg je gewoon dat je hem donderdag stuurt en dinsdag daarna even belt om te horen wat hij ervan vindt. Dan is je telefoontje verwacht in plaats van verrassend.

Bellen of mailen?

Bellen werkt beter, en dat is voor veel mensen precies de reden om het niet te doen. Aan de telefoon hoor je in dertig seconden waar iemand staat, terwijl een mail je alleen vertelt of hij hem geopend heeft. Je hoort twijfel, je hoort enthousiasme, en je kunt er direct op reageren.

Tegelijk is een combinatie in de praktijk het meest werkbaar. Bel eerst, en stuur als je niemand te pakken krijgt een kort bericht dat je gebeld hebt en waarom. Dan heeft de ander de keuze om terug te bellen of te mailen, en heb je hem niet klem gezet.

Wat we bij klanten met een groter team zien werken, is dat het bellen bij één persoon ligt die het gewoon prettig vindt om te doen. Opvolging verdelen over vijf mensen die het allemaal een beetje vervelend vinden, leidt tot vijf keer niet bellen.

Wat je zegt als je belt

De valkuil is beginnen met de vraag of hij al een beslissing heeft genomen. Dat zet iemand direct in de positie dat hij moet verantwoorden waarom hij nog niets gedaan heeft, en dan krijg je een ontwijkend antwoord.

Wat beter werkt, is beginnen bij de inhoud. Vraag of het voorstel duidelijk was, of er nog vragen zijn blijven liggen, of het aansluit bij wat hij in gedachten had. Zo gaat het gesprek over zijn situatie in plaats van over jouw offerte, en dat is precies waar je wilt zijn.

En als je merkt dat het niet gaat gebeuren, vraag dan gewoon waarom. Niet om alsnog te overtuigen, maar omdat je van tien eerlijke antwoorden meer leert dan van honderd offertes die je verstuurt. Vaak hoor je dan dingen over prijs, timing of twijfel die je in je volgende voorstel meteen kunt wegnemen.

Hoe vaak is te vaak?

Drie tot vier contactmomenten over een periode van vier tot zes weken is voor de meeste dienstverleners een prettige verhouding. Eerst na een paar dagen, dan na ongeveer een week, dan na twee weken, en daarna een laatste bericht waarin je het netjes afsluit.

Belangrijk is dat elk contact iets toevoegt. Een derde bericht met alleen de vraag of hij er al naar gekeken heeft, voelt als aandringen. Een derde bericht met een kort voorbeeld van hoe je iets vergelijkbaars voor een ander bedrijf hebt opgelost, voelt als meedenken. De frequentie is hetzelfde, de beleving is totaal anders.

Dat laatste bericht mag trouwens best duidelijk zijn. Iets in de trant van: ik ga ervan uit dat het nu niet aan de orde is, laat het weten als het later weer speelt. Dat geeft mensen ruimte, en verrassend vaak komt daar juist een reactie op.

Een offerte die zichzelf makkelijker laat opvolgen

Een deel van het opvolgprobleem ontstaat al bij het schrijven van de offerte zelf. Hoe langer en algemener een voorstel is, hoe meer werk het voor de ontvanger wordt om er iets van te vinden. En wat werk kost, blijft liggen. Dat is geen onwil, dat is gewoon hoe drukke mensen hun dag indelen.

Wat in de praktijk het beste werkt, is een voorstel dat begint met de situatie van de klant in zijn eigen woorden. Niet met wie jij bent en wat je allemaal doet, maar met wat je in het gesprek hebt gehoord. Iemand die zijn eigen probleem terugleest in de eerste alinea, leest de rest ook.

Houd het aantal keuzes daarnaast beperkt. Drie varianten met elk vier opties erin vragen om uitstel, want dan moet er eerst intern overlegd worden voordat er ook maar iets besloten kan worden. Eén heldere aanbeveling met hooguit een alternatief ernaast maakt het gesprek dat jij daarna voert een stuk eenvoudiger.

Zet ook op papier wat de eerstvolgende stap is en wanneer die zou beginnen. Een voorstel zonder tijdlijn nodigt uit om er later nog eens naar te kijken. Een voorstel waarin staat dat je in de week van de vijftiende zou kunnen starten, geeft een reden om nu te beslissen zonder dat je druk hoeft uit te oefenen.

En noem de vervolgafspraak gewoon in de offerte zelf. Eén regel waarin staat dat je dinsdag belt om het door te nemen, verandert de hele dynamiek van je opvolging. Je komt dan niet vragen om een antwoord, je komt de afspraak na die je hebt aangekondigd.

Opvolgen per type dienstverlener

Bij een HR-bureau of een consultant ligt er meestal een beslisser die het intern moet aftikken. Daar helpt het om in je opvolging expliciet te vragen wie er nog meer naar kijkt en of je iets kunt aanleveren dat dat gesprek makkelijker maakt. Een korte samenvatting van één pagina doet daar vaak meer dan een uitgebreide offerte.

Bij een advocatenkantoor of een financieel adviseur speelt urgentie een grotere rol. Een aanvraag komt voort uit een probleem dat nu speelt, en als de opvolging een week duurt, is de zaak vaak al bij een ander belegd. Snelheid weegt daar zwaarder dan volledigheid.

Bij een kliniek of een beautyondernemer gaat het vaker over twijfel dan over budget. Daar werkt opvolging het beste als die geruststelt, bijvoorbeeld door een ervaring van iemand anders te delen of door aan te bieden nog even vrijblijvend te bellen. Druk werkt in die branche averechts.

Het vastleggen zodat het niet van je geheugen afhangt

Vrijwel elke ondernemer die zegt slecht op te volgen, heeft niet zozeer een discipline-probleem als wel een administratie-probleem. Als de offertes in de mailbox leven, verdwijnen ze onder nieuwe mail. Dan is opvolgen afhankelijk van of je er toevallig aan denkt.

Je hebt geen zwaar systeem nodig om dat op te lossen. Een eenvoudig overzicht met wie, wanneer verstuurd, wanneer opvolgen en wat de status is, doet al het meeste werk. Of dat nu in een CRM staat of in een gedeeld werkblad maakt minder uit dan dat het bestaat en dat iemand er wekelijks doorheen loopt.

Zet daarbij vaste momenten in de week waarop opvolgen gebeurt. Bijvoorbeeld dinsdagochtend en donderdagmiddag een half uur. Wat op een vast moment staat, gebeurt. Wat “als er tijd is” gebeurt, gebeurt niet.

Meten of je opvolging werkt

Er zijn maar een paar getallen die je hier echt nodig hebt. Hoeveel offertes gingen er de deur uit, hoeveel daarvan zijn omgezet in opdracht, en hoeveel zijn er zonder beslissing blijven liggen. Dat laatste getal is de interessantste, want dat is je verspilling.

Kijk daarnaast naar de tijd tussen versturen en eerste opvolging. Als dat gemiddeld op tien dagen ligt terwijl je denkt dat het drie is, weet je meteen waar je winst zit. Dit soort cijfers verzamelen hoeft geen project te zijn, het is een kolom in hetzelfde overzicht.

Wat je bij dit alles niet moet doen, is sturen op het aantal verstuurde offertes. Meer voorstellen de deur uit doen terwijl de opvolging niet staat, levert vooral meer stille aanvragen op. Hoe je zinnige getallen uit je proces haalt, lees je in onze kennisbank over data, analytics en conversie.

Wat we vaak zien misgaan

De meest gemaakte fout is opvolgen vanuit ongeduld. Als er in je bericht doorklinkt dat je die opdracht nodig hebt, verschuift de verhouding en gaat de ander zich terugtrekken. Opvolgen werkt het beste als het klinkt alsof je het prima vindt als het antwoord nee is.

De tweede is stoppen na één poging. Een flink deel van de opdrachten valt bij het tweede of derde contact, simpelweg omdat het dan wel uitkomt. Wie na één mail concludeert dat er geen interesse is, laat structureel werk liggen dat al binnen handbereik lag.

De derde is opvolgen zonder dat de aanvraag zelf goed was. Als er aanvragen binnenkomen van mensen die eigenlijk niet passen bij wat je doet, is geen enkele opvolging goed genoeg. Dan zit het probleem eerder in de manier waarop je gevonden wordt dan in je opvolging.

Veelgestelde vragen over offertes opvolgen

Hoe lang moet ik wachten voordat ik een offerte opvolg?

Twee tot drie werkdagen na het versturen is een goed eerste moment. De offerte is dan nog vers en de vraag komt niet als een verrassing. Langer wachten maakt het contact juist ongemakkelijker, omdat je je bericht dan moet gaan verantwoorden. Het helpt om het opvolgmoment al aan te kondigen op het moment dat je de offerte verstuurt.

Hoe vaak mag ik een offerte opvolgen zonder opdringerig te zijn?

Drie tot vier keer verspreid over vier tot zes weken is voor de meeste dienstverleners prettig. Het aantal is minder bepalend dan de inhoud: elk bericht moet iets toevoegen, bijvoorbeeld een antwoord op een verwachte vraag of een voorbeeld uit de praktijk. Alleen herhalen of hij al gekeken heeft, voelt na twee keer al als aandringen.

Wat zeg ik als ik bel over een offerte?

Begin bij de inhoud in plaats van bij de beslissing. Vraag of het voorstel duidelijk was, of er nog vragen zijn en of het aansluit bij wat hij voor ogen had. Zo gaat het gesprek over zijn situatie en niet over jouw wachttijd. Krijg je een nee, vraag dan rustig waarom, dat levert informatie op waar je volgende offertes beter van worden.

Waarom reageren klanten niet op een offerte?

Meestal omdat er iets tussen kwam, omdat het intern nog besproken moet worden of omdat men het simpelweg vergeten is. Daarnaast vinden veel mensen het ongemakkelijk om nee te zeggen tegen iemand die moeite heeft gedaan, en dan voelt zwijgen makkelijker. Stilte is dus veel vaker uitstel dan afwijzing.

Heb ik een CRM nodig om offertes op te volgen?

Niet per se. Een eenvoudig overzicht met wie de offerte kreeg, wanneer die verstuurd is, wanneer je opvolgt en wat de status is, doet het meeste werk al. Belangrijker dan het systeem is dat de offertes uit je mailbox komen en dat er een vast moment in de week staat waarop iemand het lijstje langsloopt.

Opvolgen voelt voor veel ondernemers als het minst leuke deel van het werk, terwijl het meestal het deel is waar de meeste omzet ligt. Niet omdat je beter moet verkopen, maar omdat je aanwezig blijft op het moment dat iemand besluit.

Wil je samen kijken waar in jouw proces de aanvragen blijven hangen, en wat er nodig is om daar meer uit te halen? Plan een strategiegesprek. We kijken rustig mee, zonder verplichtingen.

← Terug naar kennisbank

Klaar om jouw online groei strategisch aan te pakken?!

Dit artikel is geschreven door Demi Koot, online marketing strateeg en oprichter van The Success Agency. Met ruim 10 jaar ervaring helpt Demi gepassioneerde dienstverleners aan meer zichtbaarheid, meer aanvragen en duurzame groei op een manier die overzichtelijk, effectief en haalbaar blijft.

Gratis strategiegesprek